Naar hoofdinhoud
Het college kan ook aan belanghebbenden die een bijstandsuitkering ontvangen in het kader van de Participatiewet of IOAW, ondersteuning bieden bij de begeleiding naar parttime ondernemerschap. Daarbij beoordeelt het college op aanvraag of de belanghebbende tot de doelgroep behoort. De belanghebbende moet daarbij voldoen aan de volgende voorwaarden: de belanghebbende moet reeds bij aanvraag een bijstandsuitkering ontvangen in het kader van de Participatiewet of de IOAW; een zelfstandige activiteit beogen waarbij de belanghebbende minder dan 1.225 uur per jaar en per week maximaal 20 uur per week werkzaam zal zijn als zelfstandige; de werkzaamheden moeten op korte termijn niet kunnen leiden tot het starten van een levensvatbare onderneming of zelfstandig beroep; de zelfstandige activiteit moet ingeschreven staan in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel en niet strijdig zijn met de geldende wet- en regelgeving; de belanghebbende mag geen schulden aangaan voor het verrichten van zelfstandige arbeid zonder toestemming van het college; de zelfstandige activiteit mag niet leiden tot concurrentievervalsing. Indien de aanvraag tot parttime ondernemer door het college wordt toegekend, krijgt de belangheb-bende op grond van de op de belanghebbende van toepassing zijnde wet (Participatiewet of IOAW) toestemming om tijdelijk zelfstandige activiteiten te verrichten voor een periode van maximaal 2 jaar. Het college kan deze periode na afloop verlengen. Het college kan de belanghebbende een eenmalig bedrijfskrediet verstrekken van maximaal € 1.000,00. De Participatiewet- of IOAW-uitkering van de belanghebbende wordt verminderd met de verdiensten uit de onderneming of het zelfstandig beroep conform het Bbz 2004. Gedurende de uitvoering van de zelfstandige activiteit moet de belanghebbende: op aanvraag een boekhouding en kopie van de aangifte van de inkomstenbelasting kunnen overleggen; op korte termijn de onderneming of het zelfstandig beroep kunnen beëindigen; voldoen aan de arbeidsverplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet en artikel 37 van de IOAW. Het college voert telkens binnen maximaal 12 maanden na het verlenen van de toestemming zoals bedoeld in lid 2 of het meest recente heronderzoek, een heronderzoek uit naar de (financiële) situatie van de belanghebbende. Indien de belanghebbende niet voldoet aan de gestelde voorwaarden zoals bedoeld onder lid 1 en lid 4, kan het college het besluit zoals bedoeld in lid 2 intrekken. Ook wanneer de (financiële) situatie van de belanghebbende hier aanleiding toe biedt, kan het college het besluit zoals bedoeld in lid 2 intrekken.

Rechtspraak bij dit artikel