Het college kan ook aan belanghebbenden die een bijstandsuitkering ontvangen in het kader van de Participatiewet of IOAW, ondersteuning bieden bij de begeleiding naar marginaal zelfstandig onder-nemerschap. Daarbij beoordeelt het college op aanvraag of de belanghebbende tot de doelgroep behoort. De belanghebbende moet daarbij voldoen aan de volgende voorwaarden:
de belanghebbende moet reeds bij aanvraag een bijstandsuitkering ontvangen in het kader van de Participatiewet of de IOAW;
de belanghebbende is, gerekend vanaf het moment van aanvraag zoals bedoeld in lid 1, gedurende minimaal 24 maanden aantoonbaar niet in staat arbeid in loondienst uit te voeren;
een zelfstandige activiteit beogen waarbij de belanghebbende minder dan 1.225 uur per jaar en per week maximaal 18 uur per week werkzaam zal zijn als zelfstandige;
de werkzaamheden moeten niet kunnen leiden tot het starten van een levensvatbare onderneming of zelfstandig beroep;
de zelfstandige activiteit moet ingeschreven staan in het handelsregister bij de Kamer van Koop-handel en niet strijdig zijn met de geldende wet- en regelgeving;
de belanghebbende mag geen schulden aangaan voor het verrichten van zelfstandige arbeid zonder toestemming van het college;
de zelfstandige activiteit mag niet leiden tot concurrentievervalsing.
Indien de aanvraag tot marginaal zelfstandig ondernemerschap door het college wordt toegekend, krijgt de belanghebbende op grond van de op de belanghebbende van toepassing zijnde wet (Participatiewet of IOAW) toestemming om tijdelijk zelfstandige activiteiten te verrichten.
De belanghebbende kan als marginaal zelfstandige geen beroep doen op een voorbereidingskrediet zoals bedoeld in artikel 5. De belanghebbende kan tevens geen aanspraak maken op een bedrijfskrediet zoals bedoeld in artikel 2 van het Bbz 2004.
De Participatiewet- of IOAW-uitkering van de belanghebbende wordt verminderd met de verdiensten uit de onderneming of het zelfstandig beroep;
Gedurende de uitvoering van de zelfstandige activiteit moet de belanghebbende:
op aanvraag een boekhouding en kopie van de aangifte en aanslagen van de inkomstenbelasting kunnen overleggen;
op korte termijn de onderneming of het zelfstandig beroep kunnen beëindigen;
voldoen aan de arbeidsverplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet en artikel 37 van de IOAW.
Het college voert in beginsel iedere 6 maanden na het verlenen van de toestemming zoals bedoeld in lid 2 een heronderzoek uit naar de (financiële) situatie van de belanghebbende.
Indien de belanghebbende niet voldoet aan de gestelde voorwaarden zoals bedoeld onder lid 1 en lid 4, kan het college het besluit zoals bedoeld in lid 2 intrekken. Ook wanneer de (financiële) situatie van de belanghebbende hier aanleiding toe biedt, kan het college het besluit zoals bedoeld in lid 2 intrekken.
Artikel 4
Marginaal zelfstandige
Onderdeel van Beleidsregels Besluit bijstandverlening zelfstandigen Gemeente Leidschendam-Voorburg 2020