**1..** In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke gemeente verschuldigd is voor de uitvoering van de taken van de dienst. Op de gemeentelijke bijdrage wordt de vergoeding voor eventuele diensten van een gemeente aan de dienst in mindering gebracht.
**2..** De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de dienst te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen.
**3..** De bedrijfsvoeringskosten die de dienst aan de gemeenten toerekent, worden door middel van een verdeelsleutel over de gemeenten verdeeld:
De bedrijfsvoeringskosten worden op basis van een verdeelsleutel toegerekend aan de gemeenten. 30% wordt verrekend onder de gemeenten naar rato van het aantal inwoners per gemeente en 70% naar rato van het aantal voorzieningen dan wel uitkeringsgerechtigden per gemeente.
Voor het bepalen van het inwonertal, het aantal voorzieningen en het aantal uitkeringsgerechtigden geldt 1 januari van het betreffende boekjaar als peildatum.
Alle extra bedrijfsvoeringskosten van de dienst, die worden veroorzaakt door vastgesteld gemeentelijk beleid, dat afwijkt van het door de beleidspool voorgestelde beleid in Noordwest Friesland, worden door de dienst aan de betreffende gemeente doorberekend.
**4..** Na afloop van elk kalenderjaar vindt tussen de dienst en de deelnemende gemeenten een definitieve afrekening plaats van:
Middelen inzake de uitvoering van de Wetten zoals genoemd in artikel 1a (de “programmalasten”)
De gerealiseerde bedrijfsvoeringskosten.
**5..** Eventuele specifieke middelen uit fondsen en doeluitkeringen die door het Rijk aan de gemeenten worden verstrekt, bedoeld voor de uitvoering van taken waarmee de dienst is belast, worden door de dienst beheerd.
**6..** Kennelijke onbillijkheden die uit de toepassing van dit artikel voortvloeien, worden ter beslissing voorgelegd aan het bestuur.
**7..** Over wijzigingen met betrekking tot de wijze waarop verrekening met de gemeenten plaatsvindt, beslist het bestuur.
Hoofdstuk 6:
Artikel 20: