3.3.1 Juridische bijstand
Op grond van artikel 3, derde lid, van de wet treedt de invorderingsambtenaar zelfstandig in rechte op in rechtsgedingen die voortvloeien uit de uitoefening van zijn taak. Hij voorziet zich daarbij in alle gevallen van procesvertegenwoordiging, met uitzondering van:
- - beroepsprocedures op grond van artikel 26 AWR;
- - hoger beroepsprocedures op grond van artikel 27h AWR;
- - (hoger) beroepsprocedures op grond van artikel 7 Kostenwet invordering rijksbelastingen;
- - kantonzaken;
- - kort gedingprocedures, indien de invorderingsambtenaar gedaagde is.
3.3.2Toestemming
In gerechtelijke procedures voor de burgerlijke rechter waarin de invorderingsambtenaar als eiser optreedt, moet hij toestemming hebben van het dagelijks bestuur. Het voorgaande niet voor:
- - verklaringsprocedures in het kader van derdenbeslagen;
- - kantonzaken;
- - verzoekschriftprocedures;
- - procedures die worden ingesteld naar aanleiding van een verzet ex artikel 435, derde lid, Rv of artikel 708, tweede lid, Rv.
In afwijking van de vorige volzin geldt voor in hoger beroep te voeren zaken dat altijd toestemming van het college nodig is.