Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Regeling bezoldiging Smallingerland

Voor de ambtenaar, ten aanzien van wie een functiewaarderingssysteem wordt toegepast, is indeling op basis van diens functie mogelijk in een aanlooprang, een standaardrang of een uitlooprang. Aanstelling vindt plaats in de aanlooprang voor ambtenaren die het werk nog moeten leren. Tijd doorgebracht in een aanlooprang wordt beschouwd als leer- en inwerkperiode. Tevens wordt de aanlooprang gebruikt voor ambtenaren die: in dienst treden en niet elders een soortgelijke functie vervulden; die overgeplaatst zijn naar een zwaardere functie; die minder dan "normaal" functioneren. Onder normaal functioneren wordt verstaan het volledig en voldoende vervullen van de functie, zoals deze in de functiebeschrijving is vastgelegd. Bevordering naar de standaardrang vindt plaats wanneer er op grond van een beoordeling sprake is van een volledige en voldoende functievervulling. De bevordering vindt in principe plaats na 1 jaar, te rekenen vanaf de datum van indiensttreding. De uitlooprang wordt toegekend bij het voldoen aan de volgende voorwaarden: de ambtenaar dient de leeftijd van tenminste 35 jaar te hebben bereikt; hij dient 6 jaar het maximumsalaris aan de standaardrang verbonden te hebben genoten; de functievervulling moet op basis van beoordeling voldoende zijn. Het bepaalde in lid 6 wordt niet toegepast op ambtenaren wier functie als standaard ingedeeld is in een schaal voorzien van diensttijduitloopperiodieken volgens bijlage II van de Arbeidsvoorwaardenregeling Smallingerland. In die gevallen geldt de navolgende regeling: twee jaar na het bereiken van het definitieve maximum krijgt de ambtenaar de uitloop-rang toegekend waarbij aan de voorwaarden opgenomen onder 6 a en c moet worden voldaan. De periodieke verhogingen in de uitloopschaal zullen 2-jaarlijkse verhogingen zijn. De uitlooprang is niet van toepassing op ambtenaren wier functie is ingedeeld in de schalen 11A en hoger.

Rechtspraak bij dit artikel