Naar hoofdinhoud
Alle soorten vuurwerk worden in vier “lijsten” opgedeeld. Deze indeling is nodig om onderscheid te maken in verschillende soorten vuurwerk, die elk een andere gevaarzetting hebben. De lijsten komen overeen met de richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten waar de onderverdeling ook in “lijsten” wordt aangeduid. De indeling van het vuurwerk in deze vier lijsten is gebaseerd op de algemene gevaarzetting die van dat vuurwerk uit gaat, onafhankelijk van de omstandigheden waaronder het is aangetroffen. De lijstindeling komt terug in de processen-verbaal van het onderzoek van vuurwerk van het Centraal Onderzoeksteam Vuurwerk. Deze lijstindeling correspondeert niet met de categorie-indeling F1-F4, zoals doorgaans aangegeven op het vuurwerk zelf. Dit is niet nodig omdat de categorie-indeling F1-F4 ook onder de lijsten van de richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten vallen. Lijst 1: Consumentenvuurwerk Consumentenvuurwerk is onder bepaalde omstandigheden legaal om voorhanden te hebben. De consument mag bij aangewezen verkooppunten dit vuurwerk kopen om vervolgens tijdens de jaarwisseling af te steken. Een particulier mag tot maximaal 25 KG consumentenvuurwerk in een besloten ruimte hebben opgeslagen. Categorie F1 staat aangeduid op dit soort vuurwerk. Lijst 2: (lichter) professioneel vuurwerk en niet gedefinieerd vuurwerk Professioneel en niet gedefinieerd vuurwerk dat niet onder lijst 3 of 4 valt. Voor wat betreft knalvuurwerk gaat het om vuurwerk met minder dan 6 gram Netto Explosieve Massa of vuurwerk zonder opschrift. Per stuk is het vuurwerk niet langer dan 55 millimeter. Knalvuurwerk met meer dan 6 gram Netto Explosieve Massa of wat langer is dan 55 millimeter valt onder lijst 3. Lijst 2 is sinds 1 oktober 2020 opgedeeld in A en B. Dit heeft te maken met de categorie-indeling F2 en F3. Beide categorieën zijn verboden, maar verschillen iets in gevaarzetting. Aangezien beide categorieën illegaal zijn en het verschil in gevaarzetting gering is, wordt er in de maatregelmatrix geen onderscheid gemaakt tussen A en B. In de maatregelenmatrix(zie tabel 1) wordt verschil gemaakt tussen gewicht in kilo’s en stuks. Het gewicht geldt voor siervuurwerk en de stuks gelden voor (flash)bangers. Lijst 3: Specifieke soorten professioneel vuurwerk en niet gedefinieerd vuurwerk die levensgevaarlijk zijn Het overige professioneel en niet gedefinieerde vuurwerk valt onder deze lijst. Deze lijst bevat de vuurwerksoorten die door particulier gebruik levensgevaarlijk kan zijn. De soorten vuurwerk die hier onder vallen zijn de; Lawinepijlen, Bangers, Shells (mortierbommen), Flowerbeds en Romeinse kaarsen. Deze soorten worden ook wel de “Big Five” genoemd. Vuurwerk dat geen opschrift heeft of onder categorie F4 valt behoren ook tot deze lijst. Lijst 4: Zelfgemaakte vuurwerk Onder de zelfgemaakte (geïmproviseerde) vuurwerkartikelen vallen alle soorten explosiefgelijke voorwerpen waarvan de lading afkomstig is uit ander, veelal illegaal, vuurwerk. Risico’s Zwaar knalvuurwerk bevat 5 tot 50 gram (of meer) aan flitspoeder, een veel krachtigere lading dan zwart buskruit. Dit zware knalvuurwerk is in Europa niet toegestaan voor de consument. Voor de Nederlandse consument is in bangers (rotjes) alleen zwart buskruit toegestaan tot een maximum van 2,5 gram. Flitspoeder heeft als eigenschap dat het massa-explosie kan veroorzaken. Dit betekent dat wanneer één stuk ontbrandt de rest ook kan afgaan met een grote explosie tot gevolg. Bij het oneigenlijke (zware) professionele/niet-gedefinieerde vuurwerk gaat het om artikelen met als belangrijkste en/of enige effect een luide knal. Dit zijn vuurpijlen met uitsluitend knaleffect, zoals lawinepijlen, en ‘bangers’ zoals vlinders, nitraten en strijkers. Bij combinatie van lijsten zal de zwaarstwegende lijst met daarbij behorende maatregel gelden. De maatregelen die in de regel worden toegepast zijn een waarschuwing, last onder bestuursdwang(sluiting) en last onder dwangsom.

Rechtspraak bij dit artikel