Woning en lokalen
Voor de maatregelen is geen verschil gemaakt tussen woningen en/of lokalen. Dat komt omdat een woning en lokaal hetzelfde doel dienen (namelijk de opslag of verkoop) met betrekking tot de criminele activiteiten rondom illegaal vuurwerk.
Verhuur en eigendom
De maatregelen die worden getroffen zijn preventief van aard. Het beoogde effect is dat er geen illegaal vuurwerk in een woning en/of lokaal komt te liggen. Wanneer een verhuurder zelf stappen onderneemt tegen de huurder, zodat herhaling voorkomen wordt, zal er niet tot sluiting worden overgegaan. In dergelijke gevallen zal de verhuurder een goed onderbouwd plan moeten weerleggen bij het bestuursorgaan. Blijkt uit informatie dat de verhuurder nalatig is geweest en had kunnen voorkomen dat een huurder illegaal vuurwerk in opslag had, dan zal wel tot sluiting worden overgegaan. De verhuurder is dan immers niet bij machte om dergelijke overtredingen tegen te gaan. Wanneer de eigenaar van een woning en/of lokaal zelf in overtreding is, zal tot sluiting worden overgegaan.
Tijdstip ingaan sluiting
Lokalen worden, indien dit niet nader is bepaald in de last, in beginsel 24 uur na bekendmaking van de last gesloten, tenzij sprake is van spoedeisende bestuursdwang of andere zwaarwegende omstandigheden een eerdere sluiting van het pand eisen.
Woningen worden, indien dit niet nader is bepaald in de last, 72 uur na bekendmaking van de last gesloten, tenzij sprake is van spoedeisende bestuursdwang of andere zwaarwegende omstandigheden een eerdere sluiting van het pand eisen.
Panden waarbij spoedeisende bestuursdwang wordt toegepast, worden 30 minuten na bekendmaking van de last gesloten, tenzij zwaarwegende omstandigheden terstond optreden eisen.
Vervangende woonruimte
Het sluiten van een woning na het aantreffen van een handelshoeveelheid (illegaal) vuurwerk, is zeer ingrijpend voor eventuele bewoners. Voor bewoners van panden die worden gesloten, wordt vanuit de gemeente echter geen vervangende woonruimte gezocht. Men heeft een bepaald risico genomen en de gevolgen van die keuze mogen voor de betreffende bewoners worden gelaten.
Kosten bestuursdwang
Het toepassen van bestuursdwang brengt kosten met zich mee, die verhaald kunnen worden op de eigenaar en de gebruiker van het pand. De volgende kosten zullen in principe, indien gemaakt, in rekening worden gebracht:
vervangen van sloten;
dierenopvang;
afsluiten van nutsvoorzieningen.
Dit is een opsomming van de meest voorkomende kosten die worden gemaakt en is geen limitatieve lijst.
Verzoek opheffen sluiting
Door een belanghebbende kan aan het college van B&W tussentijds schriftelijk worden verzocht de sluiting op te heffen. Bij zijn beslissing op zo’n verzoek neemt het college van B&W onder meer in overweging of de te realiseren doelen van de sluiting zijn behaald. Deze afweging wordt mede gemaakt op basis van een door de politie te overleggen bestuurlijke rapportage met een advies over een eventuele opheffing. Van belang bij de besluitvorming hieromtrent is de bereidheid en de bekwaamheid van de eigenaar om aantoonbaar en daadwerkelijk maatregelen te nemen om herhaling van feiten te voorkomen.
Eisen verzoek
Als hoofdvereiste geldt dat in de regel alleen tot opheffing van een sluiting kan worden besloten, indien sprake is van een verzoek van een belanghebbende waarin gemotiveerd wordt aangegeven dat het op basis van nieuwe feiten en omstandigheden aannemelijk is dat er niet opnieuw overtredingen van het bouwbesluit of vuurwerkbesluit worden gepleegd in of vanuit de desbetreffende woning of lokaal. Er dienen dus voldoende maatregelen te zijn getroffen om te voorkomen dat er in of vanuit het pand opnieuw overtredingen plaatsvinden van het bouwbesluit of vuurwerkbesluit. Aan het opheffen van een sluiting wordt in de regel geen medewerking verleend eerder dan de in onderstaande tabel genoemde periode:
Tabel 2: Sluitingsduur
Sluitingsduur
Verzoek opheffing na
4 weken
Niet mogelijk
3 maanden
6 weken
6 maanden
3 maanden
12 maanden
6 maanden
Onbepaalde duur
6 maanden
Voorts gelden de volgende eisen:
de (nieuwe) eigenaar van het pand heeft geen overtreding van de woningwet begaan;
de nieuwe huurder/gebruiker van het pand heeft geen overtreding van de woningwet begaan;
de nieuwe huurder/ gebruiker is een andere dan degene die ten tijde van de sluiting huurder/ gebruiker was;
bij het verzoek moet een plan worden overgelegd, waaruit blijkt op welke wijze zal worden voorkomen dat er opnieuw overtredingen van de woningwet plaatsvinden;
indien sprake is van een lokaal: Bij het verzoek moet een (ondernemings)plan worden overgelegd, waaruit blijkt welke invulling aan het gebruik van het lokaal zal worden gegeven en op welke wijze zal worden voorkomen, dat er opnieuw overtredingen van de woningwet plaatsvinden. Het voorgenomen gebruik moet in overeenstemming zijn met het geldende bestemmingsplan.
Het besluit op een verzoek tot opheffing wordt op schrift gesteld en is vatbaar voor bezwaar en beroep.