Naar hoofdinhoud
Daadwerkelijke sluiting Indien feitelijk tot sluiting wordt overgegaan, wordt de woning of het lokaal voor publiek ontoegankelijk gemaakt. Na sluiting is het verboden de woning of het lokaal te betreden, een en ander op basis van artikel 2:41 lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening Duiven en artikel 199 van het Wetboek van Strafrecht. De sluiting zal in samenwerking tussen de politie en gemeente plaatsvinden. Afweging Op basis van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht kan het college van B&W gemotiveerd afwijken van dit beleid. Er kunnen zich immers omstandigheden voordoen waarin het volgen van het beleid onredelijk is of op voorhand niet voorzienbaar was. Belangen Zowel gebruikers als eigenaren hebben er belang bij dat een woning of pand geopend blijft. Een verhuurder loopt zijn huurpenningen mis, een bewoner wordt uit zijn woning gezet of een ondernemer ziet zijn bedrijfsactiviteit stilliggen. Dit kan vergaande gevolgen hebben voor de belanghebbenden. Dit gegeven maakt het sluiten van een pand niet onredelijk. De maatregel wordt opgelegd, omdat het ontploffing en brandgevaar voorkomt en criminaliteit tegengaat. De aanwezigheid van illegaal vuurwerk en de gevolgen daarvan voor de openbare orde en veiligheid en rechtsorde zijn dermate ernstig dat herstel daarvan als algemeen belang zwaarder wordt geacht dan het individuele belang van een eigenaar, verhuurder of gebruiker. De (financiële) gevolgen van de toepassing van dit beleid kunnen zwaar zijn voor eigenaren, verhuurders en gebruikers. Voor bewoners van een pand dat wordt gesloten is een dergelijke maatregel tevens zeer ingrijpend. Echter, naast het feit dat eigenaren, verhuurders en gebruikers, indirect dan wel direct financieel voordeel hebben behaald uit de exploitatie van de handel/opslag in illegaal vuurwerk, wordt de sluiting gerechtvaardigd door: de brede bekendheid van het nationale beleid en nationale wetgeving ten aanzien van illegaal vuurwerk. Het opslaan of verhandelen van illegaal vuurwerk is verboden; het geschonden algemeen belang, namelijk verstoring van de openbare orde, veiligheid en rechtsorde, aantasting van woon-, leef- en werkklimaat, onveiligheidsgevoelens in de straat/wijk, aantasting van de geloofwaardigheid van de overheid, geen controle op verkoop met alle gevolgen en gevaren voor de volksgezondheid, vergaren van illegale inkomsten en belastingontduiking, aanzuigende werking op het ontstaan van soortgelijke activiteiten, vermindering van de waarde van onroerend goed; de beoogde werking van de maatregel, namelijk het terugdringen van de door criminele handelingen veroorzaakte negatieve effecten, herstel van het woon-, leef- en werkklimaat, terugdringen van recidive. Hetgeen hierboven is gesteld, wordt als uitgangspunt genomen. Per geval wordt bekeken of sprake is van bijzondere omstandigheden die tot een andere afweging leidt. Hierin speelt het zienswijzegesprek een belangrijke rol. Personeel en organisatie Voor handhavingsacties waarbij een woning of een lokaal gesloten wordt, is betrokkenheid van de gemeente een gegeven. Dit geldt voor de voorbereidingsfase (dossiervorming). Inspanningen in de executieve fase (daadwerkelijke sluiting en verzegeling) als de beherende fase (toezicht op sluiting) zijn voor rekening van de politie en de gemeente. De gemeente zal zorgen voor de sluiting van het pand en de politie zal tijdens dit proces de veiligheid waarborgen. Informatieverstrekking door politie/OM De gemeente is hoofdzakelijk afhankelijk van informatie uit opsporingsonderzoeken van de Nationale Politie. De informatie wordt verstrekt aan de burgemeester in het kader van zijn taak tot handhaving van de openbare orde en veiligheid. De informatie wordt verstrekt in de vorm van een bestuurlijke rapportage. Op basis van art. 16 Wet politiegegevens mag de politie gegevens verstrekken aan het bevoegd gezag. Een vereiste hiervoor is dat de verstrekking noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde. De opslag van grote hoeveelheden (zwaar illegaal) vuurwerk vormt immers een groot gevaar voor de openbare orde en de woonomgeving. Daarbij is het de vraag in welke situaties er een bestuurlijke rapportage aan het bestuur zou moeten worden verstrekt en wanneer niet. Ondanks dat elke afgesproken drempel hiervoor, arbitrair is, en er ruimte moet zijn en blijven voor lokale afspraken, zijn de volgende uitganspunten gekozen. Deze lijn is overgenomen uit de handreiking bestuurlijke aanpak illegaal vuurwerk welke is opgemaakt door de politie en het openbaar ministerie. Tot verstrekking van informatie aan het bevoegd gezag wordt overgegaan in de onderhavige situaties, waarbij gedacht kan worden aan de volgende hoeveelheden; Bij 100 kilo en meer (inclusief verpakking) (niet massa explosief) consumenten vuurwerk ingedeeld in lijst I of, Bij 50 kilo of meer (inclusief verpakking) of 60 stuks of meer (flash)(bangers professioneel (massa explosief) vuurwerk ingedeeld in lijst II onder A of lijst II onder B7 of Bij meer dan 20 stuks professioneel (massa explosief) vuurwerk ingedeeld in lijst III of Bij geïmproviseerd vuurwerk (zelfgemaakt vuurwerk of vuurwerk waaraan geknutseld is), ingedeeld in lijst IV of Opgeslagen in een woonwijk dan wel in de buurt van kwetsbare objecten binnen de veiligheidsafstand genoemd in bijlage 3 B.11 van het vuurwerkbesluit. En waarbij evident naar de toekomst toe sprake is van recidivegevaar* Indien er geen sprake is van een evident naar de toekomst toe recidivegevaar kan er reden zijn om over te gaan tot een verstrekking op basis van de openbare orde en veiligheid indien de actuele concrete gevaarzetting van de opslaglocatie dit noopt. Daarbij zijn de volgende factoren van belang De zwaarte in combinatie met het soort vuurwerk (lijst III of IV) De locatie waar het vuurwerk ligt opgeslagen (open terrein, dichte bebouwing, onder een flat) Handel Een bestuurlijke rapportage vanuit politie/OM met betrekking tot illegaal vuurwerk zal tenminste de volgende elementen moeten bevatten: de personalia van de eigenaar(s)/eigenaresse(s) van het pand en van de persoon/personen die het pand in gebruik had(den); de personalia van de eigenaar(s)/eigenaresse(s) van het aangetroffen vuurwerk; eventueel relevante antecedenten van de betrokken personen; een adequate omschrijving van wat er aan vuurwerk is aangetroffen, onder vermelding van de hoeveelheid/hoeveelheden en de aard/categorie van het aangetroffen vuurwerk. een omschrijving van de strafbaarheid van het bezit, het voorhanden hebben en/of het vervaardigen van het aangetroffen vuurwerk; een adequate omschrijving van de gevaarzetting met een beschrijving van de omstandigheden waaronder het vuurwerk is aangetroffen in relatie tot het gevaar voor de veiligheid van de bewoner(s) en/ of omwonenden. informatie over eerder in het pand aangetroffen illegaal vuurwerk indien van toepassing; indien aanwezig; aanwijzingen waaruit blijkt dat uit een pand eventueel gehandeld wordt; informatie over recidivegevaar (naar de toekomst) m.b.t. illegaal vuurwerk van de persoon bij wie het vuurwerk is aangetroffen. Dit dient in de bestuurlijke rapportage goed toegelicht te worden. Indien mogelijk wordt door de politie een pv bevindingen gevaarzetting opgemaakt en verstrekt. In dit proces-verbaal wordt aan de hand van de voorschriften voor een legale opslag getoetst wat het gevaar van de illegale opslag was.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel