Naar hoofdinhoud
Bij de bepaling van het weerstandsvermogen wordt onderscheid gemaakt in de volgende soorten risico’s: risico’s die niet in de exploitatie zijn op te vangen: incidentele -, algemeen af te dekken risico’s (-> relevant voor weerstandsvermogen); structurele risico’s zoals het teruglopen van de algemene uitkering (-> opvangen via de exploitatie, niet relevant voor weerstandsvermogen); risico’s die specifiek door verzekeringen of voorzieningen zijn af te dekken (-> niet relevant voor weerstandsvermogen). Dit onderscheid wordt als volgt schematisch weergegeven. Soort risico Tijdelijk Structureel Eenmalig, incidenteel Afdekken via incidentele weerstandscapaciteit --------- Structureel Afdekken via 2% stelpost Opvangen via de exploitatie Dekkingsmiddel Incidentele weerstandscapaciteit/ verzekeringen Structurele weerstandscapaciteit/ verzekeringen/aanpassen beleid De risico’s in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing zijn in principe incidenteel. Voor de opvang van deze risico’s wordt alleen de niet-structurele weerstandscapaciteit gebruikt oftewel de algemene reserve. Dit zijn direct aan te wenden middelen voor calamiteiten. Uitgangspunt is dat de structurele risico’s via de meerjarenbegroting moeten worden opgelost. Norm weerstandsvermogen De verhouding/ratio tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico-omvang is het weerstandsvermogen. Het ‘vermogen om weerstand te bieden’ is niet een vermogen in financiële zin (het is geen € geld): het drukt de mate van het in staat zijn om onvoorziene risico’s op te vangen uit. Is de gemeente Zoetermeer schokbestendig? Er is geen wettelijke norm voor de omvang van het benodigde weerstandsvermogen. De gemeente kan zelf een beleidslijn formuleren. Dit kan op basis van een inschatting van risico’s verbonden met het uit te voeren beleid. Een uitkomst van de ratio voor het weerstandsvermogen van 1,0 betekent dat de organisatie precies genoeg geld heeft om de risico’s financieel af te dekken. De volgende tabel geeft de betekenis van de scores van het weerstandsvermogen volgens het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) weer. Waarderingscijfer Ratio weerstandsvermogen Betekenis A > 2,0 Uitstekend B 1,4 < X < 2,0 Ruim voldoende C 1,0 < X < 1,4 Voldoende D 0,8 < X < 1,0 Matig E 0,6 < X < 0,8 Onvoldoende F < 0,6 Ruim onvoldoende De gemeente Zoetermeer hanteert een ondergrenswaarde van 1,0 = ‘voldoende’. De reden om geen zwaardere kwalificatie te kiezen is tweeledig. Allereerst is sprake van een systematische en gestructureerde aanpak van risicobeheersing, waardoor de kans op niet goed ingeschatte risico’s wordt beperkt. Ten tweede wordt voor niet voorziene risico’s een stelpost in de weerstandscapaciteit van 2% van het begrotingstotaal aangehouden. In de situatie dat de grenswaarde/ratio lager is dan 1,0 en de weerstandscapaciteit dus niet toereikend is, moet dit binnen afzienbare tijd worden aangevuld op het moment dat de begroting hiervoor ruimte biedt. Ook voor het weerstandsvermogen van grondexploitaties wordt ‘voldoende’ als toereikend gezien en geldt een ondergrens van 1,0 als ratio. Als de ratio lager is dan 1,0 betekent dat dus dat er onvoldoende weerstandscapaciteit is. Anders gesteld: de berekende risico-omvang vermenigvuldigd met de ratio bepaalt de benodigde weerstandscapaciteit. Een tekort (ratio <1,0) of overschot van de weerstandscapaciteit van grondzaken ten opzichte van het totaal van de risico’s kan leiden tot een aanvulling of afroming van de weerstandscapaciteit. Indien sprake is van een ratio >1,2 wordt het overschot aan het einde van het jaar gestort in de Reserve Investeringsfonds.

Rechtspraak bij dit artikel