Deze beleidsregel is van toepassing op de uitoefening door de burgemeester van de in artikel 13b Opiumwet neergelegde bevoegdheid ten aanzien van:
woningen en bijbehorende erven; en
lokalen en bijbehorende erven, zowel die voor publiek toegankelijk (bijvoorbeeld winkels) als die niet voor publiek toegankelijk (bijvoorbeeld bedrijfsruimten, loodsen, magazijnen en woningen die feitelijk niet worden bewoond).
Dit beleid geldt niet voor zover in dit onderwerp wordt voorzien in de Handhavingsstrategie Horeca Utrecht. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer drugs worden aangetroffen in een horeca-inrichting of wanneer een coffeeshop handelt in strijd met de AHOJGI-criteria.
Deze beleidsregel staat los van de strafrechtelijke handhaving. De handel in drugs is strafbaar en in voorkomende gevallen kan dan ook strafvervolging door het Openbaar Ministerie worden ingesteld. Tevens blijft de gemeente bevoegd om naast het opleggen van de herstelsanctie op grond van artikel 13b Opiumwet, een bestuurlijke boete op te leggen wanneer door overtreding van de Opiumwet tevens in strijd wordt gehandeld met de Woningwet/Bouwbesluit dan wel de Huisvestingsverordening regio Utrecht. Ook kan tot slot optreden wegens strijdig gebruik met de definitie- of gebruiksbepalingen van het bestemmingsplan tot de mogelijkheden behoren. Indien sluiting onvoldoende is en aanvullende maatregelen nodig zijn om de leefbaarheid te herstellen, kan het college de woning in beheer nemen (artikel 14 Woningwet) waarna een eventuele onteigeningsprocedure kan volgen (artikel 77 Onteigeningswet).
In regionaal verband is een hennepconvenant afgesloten waarin samenwerkingsafspraken zijn vastgelegd over het bestrijden van hennepteelt. Hierin is afgesproken dat de bestuursrechtelijke aanpak van hennepteelt aan de hand van artikel 13b van de Opiumwet lokaal wordt vormgegeven. Deze beleidsregel geeft daar uitvoering aan.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.3
Afbakening
Onderdeel van Beleidsregel bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet gemeente Utrecht