Bij de vaststelling wordt de subsidie berekend door het gemiddelde aantal peuters ZKT, VVE peuters ZKT en VVE peuters MKT die op de 1e dag van de maanden januari t/m juni en september t/m december aan het peuterprogramma heeft deelgenomen, te bepalen. Dit wordt vermenigvuldigd met de hoogte van het subsidiebedrag per peuter-ZKT, VVE peuter- ZKT en VVE-peuter MKT per jaar zoals bepaald onder artikel 4, lid 1 tot en met 3.
Artikel 13
Berekeningswijze subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma bij de subsidievaststelling
Onderdeel van Subsidieregeling peuterprogramma en voorschoolse educatie 2021