- - De regisseur van de Geo-basisregistraties mandaat te verlenen en onder-mandaat te verlenen aan de beheerders om de navolgende taken en bevoegdheden in het kader van de wet BRO, namens burgemeester en wethouders uit te voeren:
- - het ingevolge artikel 9, eerste en derde lid, van de Wet BRO aanleveren van een brondocument met betrekking tot de ondergrond van Nederland of het continentaal plat aan de minister;
- - het ingevolge artikel 12, tweede lid, van de Wet BRO opnieuw aanleveren van een brondocument aan de minister als op grond van artikel 12, eerste lid, van de Wet BRO een brondocument is teruggezonden;
- - het ingevolge artikel 27, eerste lid, van de Wet BRO gebruiken van een authentiek gegeven die in de registratie ondergrond is opgenomen;
- - het ingevolge artikel 27, tweede lid, van de Wet BRO gebruiken van een andere gegeven dan een authentiek gegeven;
- - het ingevolge artikel 29 van de Wet BRO vragen om verstrekking van een authentiek gegeven die in de registratie ondergrond is opgenomen;
- - het ingevolgd artikel 30, eerste lid, van de Wet BRO onder opgave van redenen melden aan de minister van gerede twijfel over de juistheid van een in de registratie ondergrond opgenomen authentiek gegeven over een verkenning, gebruiksrecht of constructie of het ontbreken van een dergelijk gegeven in de registratie ondergrond;
- - het ingevolge artikel 30, tweede lid, van de Wet BRO onder opgave van redenen melden aan de minister van gerede twijfel over de schematische weergave van de ondergrond op een bepaalde plaats binnen en in de registratie ondergrond opgenomen authentiek model of over en authentiek gegeven over dat model;
- - het ingevolge artikel 30, tweede lid, van de Wet BRO aan de minister doen van een verzoek om het authentiek model tussentijds te actualiseren;
- - het, voor zover dat ingevolge artikel 33, tweede lid, van de Wet BRO noodzakelijk is, onderzoeken van het authentiek gegeven en het zo spoedig mogelijk verstrekken van de resultaten van het onderzoek aan de minister, zoals bedoeld in artikel 33, derde lid, van de Wet;
- - het aan de minister ter inschrijving aanbieden van een krachtens artikel 9, eerste lid, aangewezen brondocument dat dateert van vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de hoofdstukken 2 en 3 van de Wet BRO en de grondslag vormt voor een op dat tijdstip actueel gegeven over een verkenning, gebruiksrecht of constructie dat vóór dat tijdstip niet was opgenomen in de informatiesystemen, zoals bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Wet BRO, uiterlijk tot vijf jaar na genoemd tijdstip.
N.B.De beoordeling naar inhoud en voortgang van de uitvoering door de beheerders van bovengenoemde (sub)mandaten wordt belegd bij de senior beleidsmedewerker beheer en geo-informatie van het team Beheer. Deze laatste functionaris rapporteert hierover in ieder geval elk jaar aan college en gemeenteraad (ENSIA verantwoording)en zo nodig in bijzondere gevallen tussentijds aan de teamleider van het team Beheer.