**1..** Het college kan op aanvraag een tegemoetkoming in de vorm van een incidentele subsidie van maximaal 3.000 euro verstrekken aan een organisatie die minimaal 25% aan omzetverlies heeft geleden als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19. Het college kan op verzoek een hogere tegemoetkoming tot maximaal 25.000 euro verstrekken, indien en voor zover er sprake is van een omzetverlies van minimaal 60%.
**2..** De tegemoetkoming is bestemd voor doorlopende lasten en/of personeelslasten. Geen tegemoetkoming wordt verstrekt voor lasten die al geheel of gedeeltelijk in aanmerking zijn of kunnen worden gebracht voor een tegemoetkoming op grond van een andere steunmaatregel. Dit betekent dus ook dat lasten die gedeeltelijk op grond van een andere steunmaatregel of een subsidie (bijv. o.g.v. NOW, TOGS, Tozo, TVL) deels worden gecompenseerd, niet tot 100% kunnen worden aangevuld.
**3..** Geen steun wordt verleend aan een organisatie die:
in surseance van betaling is of in staat van faillissement verkeert dan wel naar het oordeel van het college vrijwel zeker in een van deze situaties terecht zal komen; of
in 2020 reeds een subsidie van het college of anderszins vanuit de gemeente steun heeft ontvangen van een bedrag van 150.000 euro of meer; of
een organisatie die in afwijking van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector een hoger salaris aan een of meer medewerkers uitbetaalt dan het bedrag, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van die wet.
**4..** Het college kan de aanvraag verder afwijzen als:
de organisatie naar het oordeel van het college onvoldoende heeft aangetoond dat zij iedere maatregel heeft genomen die redelijkerwijs van de organisatie mag worden verwacht om enerzijds zijn totale lasten tot een maximum te beperken en anderzijds zijn totale inkomsten maximaal te verhogen; of
steun op grond van deze regeling kan worden voorkomen door tijdelijk uitstel van betaling van gemeentelijke lasten te verlenen en/of medewerking te verlangen van andere schuldeisers aan het meewerken aan een financiële regeling; of
andere schuldeisers van de organisatie niet of onvoldoende bereid zijn om mee te werken aan een, door het college, noodzakelijk geachte financiële regeling; of
in de periode voorafgaand aan de Corona-periode al ernstige financiële moeilijkheden had. Het college kijkt daarbij naar de periode van 12 maanden voorafgaand aan de Corona-periode.
**5..** Bij het bepalen van de hoogte van de tegemoetkoming houdt het college rekening met het eigen vermogen van de organisatie en/of de financiële positie van de organisatie binnen de groep van organisaties waarvan deze onderdeel uitmaakt. Lasten die uit de eigen middelen/vermogen kunnen worden betaald worden, voor wat betreft de toepassing van deze regeling, buiten beschouwing gelaten. Bij de beoordeling van deze voorwaarde houdt het college rekening met het eigen vermogen, stand van zaken per 1 januari 2020.
**6..** Een organisatie komt slechts eenmaal in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van onderhavige beleidsregel.
**7..** Het college kan nadere voorwaarden verbinden aan het verstrekken van een tegemoetkoming op grond van deze regeling.