De resultaten
Het college verstrekt een woonvoorziening in de vorm van een maatwerkvoorziening om een bijdrage te leveren aan de volgende resultaten:
het kunnen wonen in een geschikt huis;
het kunnen verrichten van de ADL;
het kunnen voeren van een gestructureerd huishouden.
Het verkrijgen van een woning valt niet onder de reikwijdte van de Wmo. Een inwoner dient zelf voor een woning te zorgen, waarbij verwacht wordt dat hij rekening houdt met de eigen (toekomstige) situatie. Dit betekent dat er met bestaande of te verwachten komende beperkingen rekening wordt gehouden.
Aanvullend afwegingskader woonvoorzieningen
Het afwegingskader zoals opgenomen in hoofdstuk 4 is van toepassing. Er zijn alleen aanvullende bepalingen opgenomen.
Een geschikt huis omvat de meest elementaire woonfuncties zoals toegang tot de woning en verblijf in de woning. Belangrijke functies hierbij zijn slapen, lichaamsreiniging, het bereiden en gebruiken van maaltijden.
Hattem past het verhuisprimaat toe. Als verhuizen de goedkoopst adequate oplossing is, is dit voorliggend.
Het verhuisprimaat wordt niet toegepast als de kosten lager zijn dan het normbedrag dat wordt gehanteerd als financiële tegemoetkoming in de verhuiskosten (zie geldende Wmo-verordening).
Een verhuiskostenvergoeding wordt alleen verstrekt bij het plotseling optreden van de noodzaak tot verhuizen. Van de inwoner wordt verwacht dat hij zelf zorgdraagt voor een bij zijn levenssituatie passende woonruimte.
Een woonvoorziening wordt uitsluitend verstrekt bij een hoofdverblijf en in ieder geval niet in geval van: hotels/pensions, trekkerswoonwagens/toer- en stacaravans, kloosters, tweede woningen/vakantiewoningen/recreatiewoningen, gehuurde kamer, specifiek op gehandicapten en ouderen gerichte woongebouwen voor wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden.
Een losse unit (tijdelijke unit met slaapkamer en/of natte cel) is voorliggend in geval van een grote woningaanpassing, zoals een verbouwing of een aanbouw.
De losse woonunit of aanbouw wordt niet gerealiseerd als wens om een mantelzorgwoning te realiseren.
Het kan noodzakelijk zijn om extra grond te verwerven ten behoeve van een aanbouw of uitbreiding van een bepaald vertrek. Het aantal m2 dat voor vergoeding in aanmerking komt is gemaximeerd, zie geldende Wmo-verordening.
Er wordt geen voorziening toegekend voor zover de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen.
De eigen verantwoordelijkheid voor een passende woning
Een inwoner is zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van een bij zijn (levens)situatie passende woning. Toch kan het voorkomen dat een inwoner niet langer woont in een voor hem geschikt huis. Als eerste wordt beoordeeld of inwoner heeft geanticipeerd op de ontstane situatie en heeft gezocht naar eigen mogelijkheden. Is dit niet het geval, dan wordt van de inwoner gevraagd dat hij eerst op eigen kracht een oplossing zoekt voor het ontstane probleem in de woning. Verhuizen naar een voor hem meer geschikte woning kan hierbij een oplossing zijn. Het opleggen van het verhuisprimaat is in deze fase (nog) niet aan de orde.
Het verhuisprimaat
Bij een plotseling optredend woonprobleem wordt bekeken wat de goedkoopst adequate oplossing is. Wanneer dit verhuizen is, wordt in de regel het verhuisprimaat toegepast.
Er kunnen redenen zijn om het verhuisprimaat niet toe te passen:
De kosten voor de woningaanpassing bedragen minder dan het normbedrag voor een verhuiskostenvergoeding (zie geldende Wmo-verordening);
De gevolgen van een verhuizing (dus niet de verhuizing zelf) zijn voor het gezin financieel niet op te brengen;
Er is mantelzorg beschikbaar in de oude woning en die komt in gevaar bij een verhuizing.
Het niet-willen verhuizen leidt niet tot het verstrekken van een woningaanpassing.
Procedure primaat van verhuizen
Inwoner gaat actief op zoek naar een geschikte woning en houdt de gemeente op de hoogte van zijn inspanningen;
Er wordt met het opleggen van het verhuisprimaat een urgentie voor een woning gevraagd;
Na een periode van 6 maanden wordt beoordeeld of
er nog steeds geen geschikte woning is;
er ook geen zicht is op korte termijn op een geschikte woning;
de inwoner zich aantoonbaar maximaal heeft ingespannen om een geschikt huis te vinden.
Tegemoetkoming in de verhuiskosten
Wanneer verhuizen de goedkoopst adequate oplossing is én het verhuisprimaat is opgelegd, kan iemand in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de verhuiskosten. De hoogte van deze tegemoetkoming is vastgelegd in de geldende Wmo-verordening. Het opleggen van het verhuisprimaat is dus een noodzakelijke voorwaarde voor de verhuiskostenvergoeding. Dit betekent dat verhuizingen die passen binnen de eigen verantwoordelijkheid om een bij de (levens)situatie passende woonruimte te verkrijgen niet in aanmerking komen voor een verhuiskostenvergoeding. Een verhuiskostenvergoeding kan ook verstrekt worden aan een inwoner die op verzoek van het college een aangepaste woning vrijgemaakt voor bewoning door iemand met een beperking.
Bezoekbaar maken
Soms is het wenselijk dat ten behoeve van een inwoner een woning bezoekbaar wordt gemaakt. In de regel gaat het dan om één woning, die door de inwoner ook regelmatig bezocht wordt (bijvoorbeeld wekelijks of tweewekelijks). Bezoekbaar betekent dat de inwoner de woonruimte kan bereiken, de woonkamer en een toilet kan gebruiken. Voor het bezoekbaar maken van een woning wordt een maximumbedrag gehanteerd. Dit bedrag is opgenomen in de geldende Wmo-verordening. Een woning kan alleen bezoekbaar gemaakt worden als de inwoner gevestigd is in de gemeente Hattem. Personen die niet woonachtig zijn in de gemeente Hattem, dienen een verzoek voor het bezoekbaar maken van de woning in bij de gemeente waar hij/zij woonachtig is.
Woningaanpassingen
Bereikbaarheid en toegankelijkheid van de woning
Het uitgangspunt is dat een woning in ieder geval via één ingang bereikbaar is. Een tweede ingang kan noodzakelijk zijn om de berging, de tuin of het terras te bereiken. Het is niet noodzakelijk om de auto in de garage te kunnen stallen. Auto’s in de buitenlucht parkeren is gebruikelijk.
Veel oplossingen zijn gebruikelijk of algemeen aanschafbaar en vallen onder de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. Hierbij kan gedacht worden aan (geen limitatieve lijst): de ondergrond van het toegangspad, de bestrating van het toegangspad, de aanleg van het benodigde (brede) toegangspad, drempelhulpen bij de toegangsdeuren, het aanbrengen van een steunpunt bij/op de deurpost.
Doorgankelijkheid van de woning
Met de doorgankelijkheid van de woning wordt bedoeld het kunnen bereiken van de ruimten in het huis. Veel oplossingen om de doorgankelijkheid te verbeteren zijn gebruikelijk of algemeen aanschafbaar en vallen onder de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. Hierbij kan gedacht worden aan (geen limitatieve lijst): het aanbrengen van steunpunten, het plaatsen van een drempelhulp, het verwijderen van drempels, een tweede trapleuning, aanpassen van hang- en sluitwerk.
Trap:
Bij problemen bij traplopen, kan een traplift een oplossing zijn.Veel ouderen krijgen op den duur problemen bij het gebruiken van de trap. Het verstrekken van een traplift is in dergelijke situaties geen vanzelfsprekendheid.
De afweging kent de volgende stappen:
Is er sprake van eigen verantwoordelijkheid voor een passende woonruimte?
Zo, nee is het verhuisprimaat van toepassing?
Zo, nee dan kan een traplift worden verstrekt.
In de regel zal een traplift worden verstrekt bij plotselinge beperkingen, waar de inwoner niet op heeft kunnen anticiperen. Voorwaarde voor het verstrekken van een traplift is eveneens dat de gebruiker in staat moet zijn om de traplift veilig te gebruiken.
Deuren:
Deuren zijn met name een belemmering bij gebruik van een rolstoel. Noodzakelijke oplossingen kunnen zijn: verbreden van een deur, elektrische deuropener, schuifdeur.
Bruikbaarheid van de woning
Keuken:
Een keuken kan aangepast worden als de inwoner in belangrijke mate ook de keukenactiviteiten op zich neemt. Bij een huisgenoot zal ook worden gekeken naar gebruikelijke hulp. Een keuken wordt aangepast tot het niveau aan voorzieningen in de sociale woningbouw. Een keuken wordt niet zonder meer aangepast als deze feitelijk technisch is afgeschreven (na ongeveer 20 jaar). In overleg met de eigenaar (of verhuurder) wordt dan bekeken welke meerkosten er zijn ten opzichte van de gebruikelijke renovatie. Veel oplossingen om het gebruik van de keuken te verbeteren zijn gebruikelijk of algemeen aanschafbaar en vallen onder de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. Hierbij kan gedacht worden aan (geen limitatieve lijst): hendelkranen, keramische kookplaat, inductiekookplaat, korfladen.
Natte cel, toilet:
Veel oplossingen om het gebruik van de natte cel of toilet te verbeteren zijn gebruikelijk of algemeen aanschafbaar en vallen onder de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. Hierbij kan gedacht worden aan (geen limitatieve lijst):
Steunpunten, drempelhulpen, bad vervangen door een douche, douchebak vervangen door een inloopdouche, antisliptegels, thermostaatkranen, een eenvoudig douchezitje, verhoogde toiletpot.
Slechts in uitzonderlijke situaties zal het nodig zijn om een voorziening te treffen om het bad te kunnen gebruiken. Een tweede toilet op de verdieping is gebruikelijk en wordt in de regel niet verstrekt.
Omgevingsbediening, zonnewering en ramen:
Indien het bedienen van bepaalde elementen in de woonkamer niet mogelijk is op basis van medisch/ergonomische belemmeringen en er geen hulp van huisgenoten aanwezig is, kunnen specifieke aanpassingen gericht op omgevingsbediening worden overwogen. Om frisse lucht in de woonruimtes te krijgen is het uitgangspunt dat één van de aanwezige ramen of deuren door de inwoner opengezet moet kunnen worden. Zonnewering is gebruikelijk en wordt niet verstrekt in het kader van de Wmo, behoudens specifieke zintuigelijke beperkingen.
Niet elementaire gebruiksruimten:
Een hobby-, werk- of speel-/recreatieruimte wordt niet gerekend tot de elementaire woonfuncties en wordt dan ook niet aangepast in het kader van de Wmo. Dit geldt ook voor het treffen van een voorziening uit oppas- of verzorgingsoogpunt.
Gemeenschappelijke ruimten:
In principe worden geen woningaanpassingen uitgevoerd aan gemeenschappelijke ruimten. Een uitzondering betreft het toegankelijk maken van de gemeenschappelijke ruimte. Dit laatste geldt niet voor woongebouwen die specifiek gericht zijn op ouderen en mensen met beperkingen, wanneer het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie meegenomen kunnen worden.
Overige woonvoorzieningen
Voorzieningen, die tijdelijk (korter dan 6 maanden) nodig zijn, kunnen worden geleend bij de thuiszorgwinkel. Dit wordt vergoed vanuit de Zorgverzekeringswet. Verschillende losse woonvoorzieningen zijn gebruikelijk of algemeen aanschafbaar en vallen onder de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. Hierbij kan gedacht worden aan (geen limitatieve lijst): een eenvoudige douchestoel (niet verrijdbaar) of douchekruk, badplank, toiletstoel, vloerbedekking.
Wanneer een tillift noodzakelijk is om eventueel met assistentie, de transfers van en uit bed e.d. te maken, gaat de voorkeur uit naar de verrijdbare tillift boven de plafondlift. Het college houdt rekening met de belangen van mantelzorgers, zoals bij tilliften en andere hulpmiddelen die door mantelzorgers bediend moeten worden. Een tillift uitsluitend ten behoeve van de zorg door professionele aanbieders wordt door de aanbieder geleverd.
Tijdelijke huisvesting/huurderving en het verwijderen van voorzieningen
In uitzonderlijke situaties kan het niet mogelijk zijn om de woning te bewonen tijdens het aanpassen. Het college vergoedt dubbele woonlasten als deze niet te vermijden zijn en te maken hebben met het aanpassen van de woning. In de regel worden deze kosten nooit langer dan 6 maanden vergoed. Huurderving is bedoeld als vergoeding voor de verhuurder om een aangepaste woning niet direct te verhuren, maar eerst te kijken of er iemand is die de aanpassing kan gebruiken. De eerste maand leegstand komt niet voor vergoeding in aanmerking. In de regel worden deze kosten nooit langer dan 6 maanden vergoed.
Wanneer een huurder van een aangepaste woning verhuist, hoeft de woningaanpassing noch door de huurder noch door de gemeente verwijderd te worden. Dit is als nieuwe bepaling opgenomen in de Wmo 2015.
Uitraasruimte
Bepaalde psychische problemen van een inwoner, bijvoorbeeld hyperactiviteit of moeilijkheden in het doseren van omgevingsprikkels, kunnen (op bepaalde tijden) aanleiding geven tot problemen bij het verblijf van deze inwoner in de woonruimte. Deze problemen kunnen worden opgevangen door in de woning over een uitraaskamer te beschikken. Wanneer er noodzaak is tot een uitraasruimte gaat het vaak om minderjarige kinderen. Onder een uitraaskamer wordt verstaan een kamer (verblijfsruimte), waarin een inwoner met gedragsproblemen zich kan afzonderen of tot rust kan komen.
De criteria voor een uitraaskamer zijn:
Betrokkene beschadigt zichzelf (zelfverwonding);
Betrokkene beschadigt de omgeving (vernielzucht);
Er is sprake van ongecontroleerde driftbuien of overmatige apathie.
Het vaststellen van deze criteria zal in eerste instantie gebeuren door een orthopedagoog, gevolgd door een medisch advies.
Artikel 8