Naar hoofdinhoud
De resultaten Het college verstrekt een vervoersvoorziening om een bijdrage te leveren aan de volgende resultaten: het zich kunnen verplaatsen per vervoermiddel in de directe leefomgeving; het kunnen participeren/het kunnen deelnemen aan het maatschappelijke verkeer, waaronder het hebben van sociale contacten met medemensen; het behouden en/of versterken van het sociale netwerk. Het lokaal verplaatsen per vervoermiddel is de mogelijkheid om in de eigen woon- en leefomgeving te gaan en staan waar men wil. Onder directe woonomgeving wordt verstaan een straal van 15 tot 20 kilometer. Het gaat om het dagelijkse vervoer zoals boodschappen doen, kinderen van en naar school brengen, familie- en vrienden bezoek, deelname aan sociaal-culturele activiteiten. Het vervoer ten behoeve van werk (of scholing) valt niet onder de Wmo. Aanvullend afwegingskader vervoersvoorzieningen Het afwegingskader zoals opgenomen in hoofdstuk 4 is van toepassing. Er zijn alleen aanvullende bepalingen opgenomen; Een ieder kan gebruik maken van het vraagafhankelijk vervoer van PlusOV; Personen met een beperking kunnen via een Wmo-indicatie in aanmerking komen voor een tariefkorting voor het vraagafhankelijk vervoer van PlusOV; Een maatwerk-vervoersvoorziening van en naar begeleiding groep is alleen mogelijk als PlusOV niet passend of toereikend is voor de vervoersbehoefte van een inwoner; Er worden geen dubbele voorzieningen verstrekt voor lokale verplaatsingen. De keuze voor één vervoermiddel wordt toereikend geacht; Het vervoermiddel wordt alleen dan verstrekt als het een functie heeft in het leven van alledag en niet uitsluitend voor incidentele en/of recreatieve doeleinden; De inwoner beschikt over voldoende rijvaardigheid en verkeersinzicht om het vervoermiddel te kunnen gebruiken; De inwoner is in staat zorg te dragen voor dagelijks onderhoud van de voorziening en is in staat om de voorziening veilig, droog en vorstvrij te stallen en op te laden. PlusOV PlusOV is een algemeen toegankelijke vervoersvoorziening binnen de regio Stedendriehoek. PlusOV is toegankelijk voor inwoners met beperkingen, ook als zij hun rolstoel of scootmobiel mee moeten nemen. De vervoersvoorziening van PlusOV is voorliggend op een maatwerkvoorziening. Wanneer iemand tot de doelgroep van de Wmo behoort, is een tariefskorting mogelijk. Criteria voor de tariefskorting: De inwoner kan de bushalte niet zelfstandig bereiken; De inwoner kan de wachttijden bij de bushalte niet overbruggen; De inwoner kan niet instappen in het reguliere openbaar vervoer; De inwoner (ouder dan 10 jaar) kan niet zonder begeleiding gebruik maken van het openbaar vervoer; De inwoner beschikt over een rolstoel of het is noodzakelijk dat hij zijn scootmobiel mee vervoert. PlusOV kent twee vormen: Vraagafhankelijk vervoer (vrij, afroepbaar); Route gebonden vervoer (vast, traject - zoals vervoer van en naar begeleiding groep). Begeleiding in het PlusOV: In sommige situaties kan één medisch begeleider gratis mee. Dit is het geval als: men in het kader van de Wmo reist met PlusOV; én de begeleiding van de chauffeur onvoldoende is. Hiervan kan sprake zijn wanneer: tijdens de rit medische zorg nodig is; sprake is van gedragsproblematiek of angst die door begeleiding wordt opgeheven; tijdens de rit ADL-hulp noodzakelijk is. Inwoners met een Wmo-indicatie mogen één persoon extra tegen Wmo-tarief meenemen. Dit noemen we sociale begeleiding. Overige meereizenden betalen het reguliere OV-tarief. Bovenregionaal vervoer Valys is een landelijk systeem voor inwoners met een mobiliteitsbeperking. Valys is bedoeld voor sociaal recreatieve uitstapjes op bovenregionale afstanden. Bovenregionaal betekent dat de bestemming óf het vertrekpunt van de reis op meer dan 25 kilometer afstand van het woonadres ligt. Vervoermiddelen voor lokale verplaatsingen Veel vervoermiddelen zijn ook geschikt voor inwoners met een beperking. Deze vervoermiddelen zijn gebruikelijk of algemeen aanschafbaar en vallen onder de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. Hierbij kan gedacht worden aan (geen limitatieve lijst): elektrische fietsen, fietsen met trapondersteuning, zijwielen aan een fiets, fietsen met hulpmotor. Voorop staat dat een vervoermiddel wordt gekozen dat goed aansluit bij de vervoersbehoefte van de inwoner en dat kan worden aangemerkt als het goedkoopst adequaat. Mogelijke oplossingen zijn: Scootmobiel, driewielfiets, tandem, rolstoelfiets, handbike, incidentele rolstoel, sportrolstoel. Bij het kiezen van het juiste middel wordt zo nodig de ergotherapeut betrokken. In zeer uitzonderlijke situaties kan een rolstoelscooter een oplossing zijn. Dit is in de regel uitsluitend aan de orde bij een intensief verplaatsingspatroon in combinatie met het niet adequaat zijn van andere oplossingen. Accessoires Accessoires aan vervoersvoorzieningen worden alleen verstrekt wanneer deze medisch noodzakelijk zijn en niet als gebruikelijk worden beschouwd. De volgende accessoires zijn gebruikelijk: (rolstoel)handschoenen, regenkleding, boodschappenmandje/-tas, bandenpomp, spiegels, schootskleed/voetenzak, zonnekap/-scherm. In de regel medisch noodzakelijk zijn: orthesejas, zuurstoffleshouder, stokhouder en in sommige situaties spaakbeschermers. Training Noodzakelijke training om een vervoermiddel te kunnen gebruiken is een eerstelijnsvoorziening (ergotherapeut) en wordt niet verstrekt in het kader van de Wmo. Financiële tegemoetkoming In een enkel geval kan het voorkomen dat het PlusOV, in combinatie met, of een andere vervoermiddel geen passende oplossing biedt voor het ondervonden vervoersprobleem. In dat geval kan een financiële tegemoetkoming verstrekt worden voor de extra kosten van vervoer. Een financiële tegemoetkoming is alleen aan de orde bij ernstige beperkingen, waarbij gedacht kan worden aan sociaal/psychische factoren ten gevolge waarvan de privacy of de veiligheid van de inwoner of medepassagiers niet is gegarandeerd, zoals: privacygevoelige zaken die een extreme schaamte of gêne ten gevolge hebben voor de inwoner; extreme gedragsstoornissen; extreme fobieën, die ook na uitvoerige therapeutische behandeling niet zijn verholpen. De financiële tegemoetkoming kan aangewend worden voor een vergoeding voor het gebruik van een (rolstoel)taxi of het gebruik van de eigen, bruikleen- of leaseauto (alleen mogelijk als er voor het vervoersprobleem een auto aangeschaft moet worden). De maximale bedragen van deze tegemoetkomingen zijn opgenomen in de geldende Wmo-verordening. Autoaanpassing Wanneer een inwoner reeds in het bezit is van auto, kan het in sommige gevallen het goedkoopst adequaat zijn om een aanpassing aan de auto te doen. Hiervoor kan bekeken worden wat de kosten zouden zijn van gebruik van PlusOV eventueel in combinatie met een ander vervoermiddel. Aanpassingen aan een auto om de voorziening voor lokale verplaatsing mee te kunnen nemen in de auto komen niet voor vergoeding in aanmerking. Voorwaarde is dat de inwoner in het bezit is van een auto. Aanvullend zijn er de volgende voorwaarden: De aan te passen auto is niet ouder dan 7 jaar; De beoordeling of iemand met een beperking in staat is om op een veilige manier met een auto deel te nemen aan het verkeer wordt gedaan door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Via de afdeling aanpassingen van het CBR wordt advies gegeven over de noodzakelijke technische aanpassingen om de auto veilig te kunnen besturen. De kosten voor dit advies komen voor rekening van de inwoner; Vergoeding voor aanpassing wordt maximaal eenmaal per 7 jaar verstrekt; Er wordt rekening gehouden met de verwachte termijn dat de autoaanpassing adequaat is. Veel autoaccessoires/aanpassingen zijn gebruikelijk of algemeen aanschafbaar geacht en worden niet verstrekt op grond van de Wmo. Hierbij kan gedacht worden aan (geen limitatieve lijst): automatische transmissie, elektrische ruitenwisser en sproeier achter, driepuntsgordels, hoofdsteunen, kunststoffen bekleding, buitenspiegel van binnenuit verstelbaar, elektrische bedienbare portierruiten, neerklapbare of inklapbare achterbank (in verband met meenemen rolstoel), uitneembare hoedenplank (in verband met meenemen rolstoel), derde of vijfde deur in verband met meenemen rolstoel, warmtewerend glas, achterruitverwarming, verstelbare voorstoelen, stoffen bekleding van stoelen, handgrepen bij de passagiersplaats voorin, comfort rembekrachtiging, gelaagde voorruit, interval op de voor- en achterruitwisser, stuurbekrachtiging, airconditioning, trekhaak, verwarmde buitenspiegels. Aanpassingen die voor vergoeding in aanmerking kunnen komen mits medisch of anderszins noodzakelijk: aanpassingen aan de stoel van de chauffeur of bijrijderstoel; autostoeltjes voor kinderen (geen gebruikelijke stoeltjes); aanpassingen voor het meenemen van de rolstoel in de auto; aanpassingen voor vervoer van een rolstoelgebruiker in de auto; aanpassingen voor het veilig vervoeren van hulpapparatuur zoals zuurstofflessen, in uitzonderlijke situaties een extra verwarmingselement.

Rechtspraak bij dit artikel