Onder inkeerregeling wordt verstaan de bepaling van artikel 18, 11 e lid PW. Het betreft hier het op verzoek van de belanghebbende, ten aanzien aan wie de maatregel is opgelegd, al dan niet herzien van de verlaging. Dit kan pas aan de orde zijn zodra uit houding en gedragingen van diezelfde belanghebbende ondubbelzinnig is gebleken dat hij de verplichtingen, bedoeld in artikel 18, 4 e lid nu wel nakomt. Het gaat dan om gedragingen die te herstellen zijn. Als het effect van een gedraging onomkeerbaar is, is toepassing van artikel 18, 11 e lid PW niet mogelijk.