**1..** Tenzij dit bij de subsidieverlening anders is bepaald, behoeft een instelling van burgemeester en wethouders de toestemming voor:
het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon;
het wijzigen van de statuten;
het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen, als zij mede zijn verworven door middel van subsidiegelden, dan wel de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de subsidiegelden;
het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan, als deze goederen geheel of gedeeltelijk zijn verworven door middel van het subsidie dan wel de uitgaven daarvoor mede zijn bekostigd uit het subsidie;
het aanstellen en inschalen van beroepskrachten, behorend tot de door burgemeester en wethouders goedgekeurde formatie en die mede bekostigd worden uit het subsidie;
het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldleningen;
het aangaan van overeenkomsten waarbij een instelling zich verbindt tot zekerheidstelling met inbegrip van zekerheidstelling voor schulden van derden of waarbij hij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt;
het doen van schenkingen;
het vaststellen of wijzigen van tarieven voor de door de instelling in de gewone uitoefening van zijn gesubsidieerde activiteiten te verrichten prestaties;
het ontbinden van de rechtspersoon;
het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surséance van betaling;
**2..** Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken, na het ontvangst van het verzoek van de instelling, omtrent de toestemming.
**3..** Als omtrent de toestemming niet tijdig is beslist, wordt de toestemming geacht te zijn verleend.
Hoofdstuk XI
Artikel 48
(handelingen van de instelling waarvoor toestemming noodzakelijk is)
Onderdeel van Verordening regelende de algemene subsidiebepalingen en -voorwaarden voor subsidies aan welzijnsinstellingen 2003