Naar hoofdinhoud
1.. Burgemeester en wethouders kunnen een instelling de mogelijkheid bieden om een vermogen te vormen en voorzieningen te treffen ten behoeve van bestemmingen die passen binnen de doelstellingen van de subsidieverlening. 2.. Het verschil tussen het totaal aan inkomsten van een instelling, inclusief het verleend subsidie en de uitgaven van een instelling inclusief de kosten van de activiteiten waarvoor het subsidie wordt verleend, kan ten gunste en/of ten laste van dit vermogen of de voorzieningen worden gebracht. 3.. Bij het verlenen van het subsidie kunnen burgemeester en wethouders het toegestane vermogen en de voorzieningen bepalen. 4.. Het vermogen en de voorzieningen worden door een instelling zo hoog rentend en zo veilig als redelijkerwijs mogelijk is, belegd bij één van de Nederlandse handelsbanken. 5.. Voor een instelling, waaraan een budgetsubsidie is verleend, gelden bij vermogens- en voorzieningvorming nog de volgende bepalingen: Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de omvang van het eigen vermogen en de voorzieningen aan de hand van een door de instelling ingediend plan bij de subsidie-aanvraag; Behoudens goedkeuring door burgemeester en wethouders mag een instelling geen vermogensbestandelen overhevelen naar steunstichtingen waarmee men is gelieerd; Burgemeester en wethouders kunnen aan een instelling die een vermogen vormt op basis van het niet of slechts in beperkte mate uitvoeren van de afgesproken activiteiten een vergoedingsplicht opleggen naar evenredigheid van de mate waarin het subsidie hieraan heeft bijgedragen.

Rechtspraak bij dit artikel