Naar hoofdinhoud
1.. Een instelling brengt het voornemen tot ontbinding, haar activiteiten daadwerkelijk staakt, en/of niet meer functioneert overeenkomstig haar doelstellingen, onverwijld schriftelijk ter kennis aan burgemeester en wethouders. 2.. Bij liquidatie zijn de voorschriften omtrent rekening en verantwoording, alsmede die betreffende vaststelling van het subsidie en verrekening van voorschotten, van overeenkomstige toepassing. 3.. Het batig saldo van de liquidatierekening krijgt, voor zover daarin subsidie van de gemeente is begrepen, onder goedkeuring van burgemeester en wethouders een bestemming die zoveel mogelijk overeenkomt met het doel van de subsidieverlening en/of het doel en de werkzaamheden van de instelling. Bij onthouding van de goedkeuring vervalt het saldo aan de gemeente. De instelling neemt een bepaling van deze strekking op in de statuten alsmede de voorziening dat wijziging van die bepaling tot tien jaar na het beëindigen van de subsidiëring goedkeuring van burgemeester en wethouders behoeven. 4.. De vorige leden zijn van overeenkomstige toepassing bij (voorgenomen) vervreemding of bestemmingswijziging van de eigendommen en beschikking over het vermogen en de voorzieningen van de instelling, die mede met subsidie zijn verkregen of in stand gehouden. Ten aanzien van de bepaling in de statuten over vervreemding en bestemmingswijziging van onroerende zaken welke met subsidie zijn verkregen, dient in de statuten te worden opgenomen dat voor een wijziging van de bepaling burgemeester en wethouders tot veertig jaar na beëindiging van het subsidie alsnog toestemming dienen te verlenen.

Rechtspraak bij dit artikel