Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6. › Paragraaf 6.7

Artikel 6.7.1

Afwegingskader dagbegeleiding

Onderdeel van Beleidsregel Verordening maatschappelijke ondersteuning Gemeente Utrecht 2021

Om te bepalen of er noodzaak bestaat voor ondersteuning in de vorm van dagbegeleiding wordt in elk geval afgewogen wat de aanleiding is dat betrokkene niet in staat is om zijn of haar eigen dagstructuur vorm te geven. Daarbij wordt onderzocht in hoeverre betrokkene een begeleide en gestructureerde omgeving nodig heeft als gevolg van ernstige beperkingen in de zelfredzaamheid (cognitief en/of fysiek). Afgewogen wordt of de algemene voorziening dagondersteuning tot voldoende resultaat kan leiden. Ook dient duidelijk te zijn dat belanghebbende niet deel kan nemen aan Arbeidsmatige activering omdat hij/zijn niet (meer) beschikt of kan bijdragen aan het collectief inverdienvermogen. Onderzocht wordt of er recht bestaat of kan bestaan op zorg op grond van de Wlz. Als dat niet tot een oplossing leidt kan aanspraak bestaan op de voorziening dagbegeleiding. Elementen die bij de weging worden betrokken zijn: Er is sprake van ernstige beperkingen in zelfredzaamheid (cognitief en/of fysiek), waardoor de cliënt niet in staat is om zijn of haar eigen dagstructuur vorm te geven. Betrokkene heeft geen mogelijkheden om, samen met anderen, een product of dienst te leveren; Cliënt heeft onvoldoende eigen netwerk of het netwerk en de mantelzorger zijn niet in staat om gedurende de volledige week beperkingen in de zelfredzaamheid te compenseren. Cliënt heeft onvoldoende eigen mogelijkheden om maatschappelijke te participeren. Cliënt neemt zelf geen initiatief meer om andere voorzieningen zoals dagondersteuning te gaan of trekt zich terug binnen de groep, terwijl er wel continuïteit in ondersteuning is vereist; cliënt wordt gemeden binnen de groep en/of werkt verstorend in de groep; de problematiek vraagt om professioneel toezicht. Cliënt komt niet in aanmerking voor een Wlz-indicatie. Indien betrokkene ook sociaal medische hulpverlening krijgt, vindt overleg met deze hulpverlener(s) plaats. De informatie van bijvoorbeeld huisarts, wijkverpleegkundige, thuiszorg, geriater en/of dementieconsulent, wordt betrokken bij de afweging. Het resultaat dat met de voorziening dagbegeleiding behaald kan worden is het structureel deelnemen aan groepsactiviteiten op vaste tijden. De activiteiten zelf sluiten aan bij de belangstelling van betrokkenen en gaan uit van het betrekken van de klant. Deze activiteiten dragen op individueel niveau bij aan het: bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid of het verminderen van de snelheid waarmee de zelfredzaamheid afneemt; voorkomen van sociaal isolement; het gevoel van eigenwaarde, gezondheid, welbevinden en kwaliteit van leven. De voorziening dagbegeleiding wordt toegekend in de vorm van gemiddeld zes dagdelen per week. Op basis van de zorgbehoefte en/of de mate van overbelasting van de mantelzorger kan de aanbieder van dagbegeleiding (tijdelijk) meer of minder dagdelen per week aanbieden.

Rechtspraak bij dit artikel