Het college stelt ambtshalve dan wel op aanvraag vast of de persoon tot de doelgroep tijdelijke loonkostensubsidie behoort. Hierbij worden de navolgende criteria in acht genomen:
1) De persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7 eerste lid onder a van de wet;
2) De persoon is niet in staat om met voltijdse arbeid het van toepassing zijnde wettelijk minimumloon te verdienen en is dus verminderd productief, waarbij de loonwaarde
30% tot 80% bedraagt en deze naar verwachting binnen maximaal 2 jaar kan stijgen naar 100%.
3) De persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.