Hieronder worden bouwwerken verstaan welke gebruikt worden voor het bedrijfsmatig bewerken of opslaan van materialen en goederen, of voor agrarische doeleinden. Het gaat hierbij om gebouwen die een industriefunctie hebben. Onder deze categorie vallen ook agrarische inrichtingen zoals boerderijen en stallen. In het regionaal modelbeleid wordt onderscheid gemaakt tussen onderstaande 2 subcategorieën.
Utiliteitsbouw industrie.
Brandcompartiment met een vloeroppervlakte <2.500 m2 en maximale hoogte van het gebouw lager dan 20 meter. Compartimentering conform Bouwbesluit 2012.
Opstelplaats
Primaire voorziening
Secundaire voorziening
Tertiaire voorziening
Max. afstand tot object (m)
Max. afstand tot opstel- plaats (m)
Debiet (m3/uur)
Max. afstand tot object (m)
Debiet (m3/uur)
Standaard afwijking: 240 m3/uur
Bij open water maximaal 1.000 meter.
Bij geboorde put en/of brandkraan maximaal 1.000 meter.
40
100
60
200
90
Voorbeelden
Utiliteitsbouw industrie: op basis van gelijkwaardigheid (incl. opslag van (brand)gevaarlijke stoffen). Brandcompartiment met een vloeroppervlakte >2.500 m2 en/of maximale hoogte van het gebouw is hoger dan 20 meter. Toepassing grotere brandcompartimenten conform artikel 1.3 Bouwbesluit 2012.
Hier zijn tenminste de voorzieningen noodzakelijk zoals beschreven in de tabel “Utiliteitsbouw industrie”. Afhankelijk van het risicoprofiel van het object kunnen aanvullende voorzieningen noodzakelijk zijn (maatwerk). Deze worden bepaald in overleg tussen gemeente, initiatiefnemer en de VRLN.
Voorbeelden
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.7
Artikel 2.7.4