**1..** Gedragingen van de belanghebbende waardoor de verplichtingen op grond van artikel 37 van de IOAW/IOAZ, anders dan de verplichting, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel c IOAW/IOAZ, niet of onvoldoende zijn nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
Eerste categorie: het zich niet dan wel niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet dan wel niet tijdig laten verlengen van de registratie.
Tweede categorie:
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling.
het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de IOAW/IOAZ
het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als bedoeld in artikel 37 lid 1 onder e van IOAW of artikel 37 lid 1 onder e , eerste lid, onderdeel b van de IOAZ niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de IOAW of artikel 38, eerste lid van de IOAZ.
Derde categorie: gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren
Vierde categorie: het niet of in onvoldoende mate gebruikmaken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling, waaronder begrepen sociale activering.
**2..** - De verlaging bij gedragingen als bedoeld in lid 1 wordt vastgesteld op:
5 % van de grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
10 % van de grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
20% van de grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie.
100% van de grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de vierde categorie.
- De duur van de verlaging wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na een als verwijtbaar aangemerkte gedraging, opnieuw schuldig maakt aan een als verwijtbaar aangemerkte gedraging van dezelfde categorie.
- Bij samenloop van gedragingen bedoeld in het eerste lid die niet tot een zelfde feitencomplex behoren worden de percentages en duur opgeteld.
- De verlaging ingevolge dit artikel wordt toegepast met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit aan belanghebbende wordt bekendgemaakt. Indien de verlaging op deze wijze niet of niet volledig kan worden geëffectueerd wordt de verlaging toegepast met ingang van de eerste dag van de gedraging of van de periode waarop de gedraging betrekking heeft.
- In afwijking van het vierde lid wordt de verlaging toegepast vanaf de ingangsdatum van de uitkering indien de gedraging wordt geconstateerd bij de beoordeling van een aanvraag.
- Het college kan volstaan met een schriftelijke waarschuwing indien het een eerste verwijtbare gedraging betreft.
**3..** Het college legt blijvend een verlaging op indien de belanghebbende een inkomen uit of in verband met arbeid zou hebben kunnen verwerven en:
aan de beëindiging van zijn dienstbetrekking een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; dan wel
de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van de belanghebbende zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd.
De hoogte van de verlaging is gelijk aan het inkomen dat belanghebbende zou hebben kunnen verwerven bij voortzetting van het dienstverband.
**4..** Het college legt blijvend een verlaging op indien de belanghebbende weigert hem aangeboden algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden.
De hoogte van de verlaging is gelijk aan het inkomen dat belanghebbende zou hebben kunnen verwerven.
**5..** Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de IOAW/IOAZ, wordt een verlaging opgelegd van 50% van de grondslag gedurende één maand.
Hoofdstuk 2.
Artikel 8
Gedragingen en verlagingen IOAW/IOAZ
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ gemeente Beek 2021