1.. De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in artikel 7, wordt vastgesteld op:

  • - 5 % van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
  • - 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
  • - 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie.

2.. Het college kan een verlaging van categorie c verrekenen over de maand van oplegging van de verlaging en ten hoogste de twee volgende maanden, waarbij over de eerste maand ten minste 1/3 van het bedrag van de verlaging wordt verrekend.