Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 11

meerjarensubsidies

Onderdeel van Algemene subsidieverordening 2006 Alphen aan den Rijn

1. De raad kan een subsidie voor meerdere jaren verlenen. 2. Bij meerjarensubsidies wordt in de subsidiebeschikking aangegeven op welk bedrag de instelling voor ieder jaar recht heeft, danwel op welke wijze het toegekende bedrag jaarlijks kan worden geïndexeerd. 3. Voor de indexering van budgetten voor meerjarensubsidies wordt de CBS-prijsindex voor de gezinsconsumptie toegepast. Daar waar het regionale instellingen of budgetsubsidies betreft, kan van dit indexeringspercentage worden afgeweken. 4. Indien een meerjarige subsidie is verleend behoudt de raad de bevoegdheid tot tussentijdse wijziging van de subsidie onder gelijktijdige aanpassing van de gevraagde prestatie. Van deze bevoegdheid wordt slechts gebruik gemaakt indien de budgettaire positie van de gemeente daar dringend aanleiding toe geeft. Artikel 12 Peildatum kengetallen Voor subsidies waarvan de hoogte van het subsidiebedrag wordt bepaald door ledenaantal, inwoneraantal of deelnemeraantal, is de peildatum voor deze kengetallen 1 januari van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar. Artikel 13 De aanvraag tot subsidievaststelling Een instelling waaraan subsidie is verleend, verstrekt, als bedoeld in artikel 4:44 en 4:45 van de wet, ter definitieve vaststelling daarvan aan burgemeester en wethouders voor 1 april van het jaar volgend op het jaar waarop de subsidie betrekking heeft: een door het bestuur gewaarmerkt verslag van de verrichte activiteiten, een door het bestuur gewaarmerkte rekening van baten en lasten en een balans alsmede een toelichting daarop. De rekening moet op dezelfde wijze zijn ingericht als de bij de subsidieaanvraag overgelegde begroting; burgemeester en wethouders kunnen een goedkeurende accountantsverklaring vragen. Deze verplichting bestaat in ieder geval voor instellingen die een budgetsubsidie ontvangen. Indien een aanvraag als bedoeld in het eerste lid uitblijft, kunnen burgemeester en wethouders, nadat de instelling eenmaal schriftelijk is gemaand tot indienen, besluiten tot ambtshalve vaststelling als bedoeld in artikel 4:47 van de wet. Artikel 14 Lagere vaststelling van subsidiebedrag Burgemeester en wethouders kunnen, zoals gesteld in artikel 4:46 van de wet, de subsidie lager vaststellen indien: de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, niet of niet geheel hebben plaats gevonden; de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten. Artikel 15 Ambtshalve vaststelling Burgemeester en wethouders kunnen, conform artikel 4:47 van de wet, de subsidie geheel of gedeeltelijk ambtshalve vaststellen, indien: bij de subsidieverlening een termijn is bepaald binnen welke de subsidie ambtshalve wordt vastgesteld; na afloop van de in artikel 13 gestelde termijn geen aanvraag is ingediend, of de beschikking tot subsidieverlening of vaststelling wordt ingetrokken of ten nadele van de ontvanger wordt gewijzigd. Artikel 16 Intrekking en wijziging subsidieverlening Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kunnen burgemeester en wethouders, als bedoeld in artikel 4:48 en 4:50 van de wet, de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidie-ontvanger wijzigen, indien: de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, niet of niet geheel hebben plaats gevonden of zullen plaatsvinden; de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid; de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten, of met toepassing van artikel 6 van deze verordening een beroep wordt gedaan op de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. Artikel 17 Intrekking en wijziging subsidievaststelling Burgemeester en wethouders kunnen, als bedoeld in artikel 4:49 van de wet, de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de subsidie-ontvanger wijzigen: op grond van feiten of omstandigheden waarvan zij bij de vaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte konden zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn vastgesteld; indien de subsidievaststelling onjuist was en de subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten, of indien de subsidie-ontvanger na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan de subsidie verbonden verplichtingen. Burgemeester en wethouders houden bij hun besluit zoveel mogelijk rekening met door de instelling reeds aangegane verplichtingen. Burgemeester en wethouders beslissen niet voordat de instelling in de gelegenheid is gesteld door hen te worden gehoord. Indien om welke reden dan ook het activiteitenprogramma niet of niet geheel is uitgevoerd, kunnen burgemeester en wethouders besluiten een evenredig deel van de subsidie terug te vorderen. Zij besluiten hiertoe niet voordat de instelling is gehoord. Artikel 18 Intrekking en wijziging subsidieverlening voor de toekomst Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kunnen burgemeester en wethouders, als bedoeld in artikel 4:51 van de wet, de subsidieverlening met inachtneming van een redelijke termijn intrekken of ten nadele van de subsidie-ontvanger wijzigen: voor zover de subsidieverlening onjuist is, of voor zover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten. Wanneer een instelling meer subsidie verstrekt heeft gekregen dan nodig was voor de uitvoering van de activiteiten, zal het subsidiebedrag voor het komende jaar op een lager bedrag worden vastgesteld. Artikel 19 Betaling Het subsidiebedrag wordt binnen vier weken na de subsidievaststelling betaald, tenzij bij de subsidieverlening, of, indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, bij de subsidievaststelling, een andere termijn wordt bepaald waarbinnen het subsidiebedrag wordt betaald. Artikel 20 Betaling in gedeelten Het subsidiebedrag kan in gedeelten worden betaald. In de beschikking tot subsidieverlening wordt bepaald hoe de gedeelten worden berekend en op welke tijdstippen zij worden betaald. Artikel 21 Verlenen van voorschotten Burgemeester en wethouders kunnen voorschotten verlenen op subsidie. Deze bevoorschotting vindt plaats: voor bedragen tot € 2.500,--, het gehele bedrag in één betaling voor bedragen boven € 2.500,--, in vier gelijke betalingen per kwartaal. De wijze van bevoorschotting wordt vermeld in de subsidiebeschikking; Burgemeester en wethouders kunnen het verlenen van voorschotten opschorten indien een instelling naar hun oordeel niet, of in onvoldoende mate de aan de subsidietoekenning verbonden verplichtingen nakomt. Indien een instelling over enig jaar meer aan voorschotten heeft ontvangen dan het definitief vastgestelde subsidiebedrag, is de instelling verplicht bij eerste aanschrijving door het college het te veel betaalde terug te betalen. Artikel 22 Toezicht op naleving Burgemeester en wethouders kunnen, conform afdeling 5.2 van de wet, controle uitoefenen op de getrouwheid van door de subsidie-ontvanger ingediende gegevens. Burgemeester en wethouders kunnen toezichthouders aanwijzen die zijn belast met het toezicht op de naleving van de aan de subsidie-ontvanger opgelegde verplichtingen. De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, vermeld in de artikelen 5:18 en 5:19 van de wet. Artikel 23 Vereiste toestemming voor bepaalde handelingen De subsidie-ontvanger behoeft voorafgaande toestemming van burgemeester en wethouders voor de handelingen, bedoeld in artikel 4:71, eerste lid, onderdelen a tot en met j, van de wet. Artikel 24 directe vaststelling Burgemeester en wethouders kunnen bij beleidsregel voor bepaalde categorieën subsidies danwel in de subsidiebeschikking voor een bepaalde subsidierelatie, bepalen dat de verleende subsidie direct wordt vastgesteld. Een financieel en inhoudelijk jaarverslag kan achterwege blijven (mits dit in de beschikking is opgenomen), doch het college behoudt de bevoegdheid controle uit te voeren op de geleverde prestatie, de omvang van deze prestatie en de ingezette middelen. HOOFDSTUK 2 BUDGETSUBSIDIE Artikel 25 Standaardregeling budgetsubsidies Op budgetsubsidies is Afdeling 4.2.8 van de wet van toepassing. Artikel 26 Ontheffing accountantsverklaring Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 4:64, tweede lid, van de wet. Artikel 27 Algemene eisen Instellingen die voor deze subsidie in aanmerking wensen te komen, dienen in hun organisatie en bij de uitvoering van activiteiten een kwaliteitsnorm na te streven, welke in het activiteitenplan en het verslag apart worden omschreven. Deze kwaliteitsnormering wordt onderwerp van te voeren overleg met de subsidie-aanvrager. Instellingen dienen een zodanige bestuursvorm te bezitten dat de deelnemers, leden, vrijwilligers en beroepskrachten bij het beleid en de besluitvorming van de instelling op een democratische wijze betrokken worden. Instellingen dienen bij hun subsidie-aanvraag aan te geven welke resultaten er door de te subsidieren activiteit bereikt zullen worden en hoe deze resultaten gemeten kunnen worden. Artikel 28 Behandeling van de aanvraag tot subsidieverlening Burgemeester en wethouders treden in overleg met de subsidie-aanvrager, teneinde tot overeenstemming te komen omtrent de te subsidiëren activiteiten. Artikel 29 De beschikking tot subsidieverlening De beslissing op de subsidie-aanvraag wordt uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt verleend, genomen. Burgemeester en wethouders maken deze beslissing vóór 15 januari daarop volgend schriftelijk bekend aan de aanvrager. Artikel 30 Tussentijdse verslag en meldingsplicht van de subsidie-ontvanger Voor 15 juli van het jaar waarvoor subsidie is verleend, wordt door de subsidie-ontvanger bij burgemeester en wethouders een tussentijdse verslag ingediend over de voortgang van de te verrichten activiteiten in het eerste halfjaar en een prognose voor die in het tweede halfjaar. Zo spoedig mogelijk na ontvangst van het in het eerste lid bedoelde tussentijdse verslag kunnen burgemeester en wethouders in overleg treden met de subsidie-ontvanger omtrent de voortgang van de realisatie van de in de beschikking tot subsidieverlening vermelde activiteiten. Artikel 31 De beschikking tot subsidievaststelling Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast voor 31 december van het eerste jaar volgend op het jaar waarvoor subsidie is verleend. Artikel 32 Egalisatiereserve Subsidieontvanger mag een egalisatiereserve vormen, mits dit met het college van burgemeester en wethouders is overeengekomen. Voor bepaling van beschikbare eigen middelen, bedoeld in art. 8, lid 4 sub d wordt een egalisatie-reserve die niet meer bedraagt dan 5% van het risicobedrag buiten beschouwing gelaten. Het risicobedrag bestaat uit de som van: de totale lasten van de instelling minus de kale huur of de eigenaarlasten (rente, afschrijving en hypotheeklasten) van het gebruikte pand; het totaal aan inkomsten minus structurele subsidies van overheidslichamen. De jaarlijkse toevoeging aan de egalisatiereserve bedraagt niet meer dan 15% van de in dat jaar verstrekte subsidie. Voor de toepassing van dit artikel blijven bestemmingsreserves, voor de vorming waarvan toestemming is verkregen op grond van artikel 23, buiten beschouwing. Burgemeester en wethouders mogen aan de vorming en inzet van bestemmingsreserves voorwaarden verbinden. Artikel 33 Overeenkomstige toepassing van regeling financiële verslag Artikel 4:76 van de wet is van overeenkomstige toepassing indien de subsidie-ontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent aan de subsidie. Artikel 34 Ontheffing accountantsverklaring inzake financiële verslag Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de verplichtingen, bedoeld in artikel 4:78, eerste tot en met het vierde lid, van de wet. Artikel 35 Onderzoek accountant inzake naleving verplichtingen Bij het onderzoek, bedoeld in artikel 4:78 van de wet, onderzoekt de accountant tevens de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen, waaronder de vraag of de uitvoering van de activiteiten conform de beschikking heeft plaatsgevonden. Burgemeester en wethouders stellen een aanwijzing over de reikwijdte en de intensiteit van de controle, als bedoeld in artikel 4:78, tweede lid van de wet vast. HOOFDSTUK 3 OVERIGE SUBSIDIES Artikel 36 Subsidie voor eenmalige activiteit Een aanvraag voor subsidie voor een eenmalige activiteit bevat een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve doelstelling die wordt nagestreefd en de voorgenomen activiteit en wordt vergezeld van een begroting met toelichting. Binnen twaalf weken na afloop van de gesubsidieerde activiteit wordt door de aanvrager een verslag ingediend. Een aanvraag voor een eenmalige subsidie dient zestien weken voorafgaand aan de activiteit te worden ingediend, onder overlegging van: Een omschrijving van aard, inhoud en doel van de beoogde activiteit of experiment; Een begroting van de aan de activiteit/ het experiment verbonden kosten en inkomsten; Overige bescheiden die burgemeester en wethouders nodig achten voor het bepalen van de subsidie. Verlening van een eenmalige subsidie is slechts mogelijk indien: er voldoende budget beschikbaar is; de beoogde activiteit meerwaarde heeft boven, of een stimulans geeft aan het bestaande voorzieningenniveau de instelling aantoonbaar de activiteit niet uit eigen middelen of middelen van derden kan bekostigen; onder eigen middelen worden, in afwijking van artikel 32 lid 5, alle aanwezige reserves/voorzieningen verstaan; de aanvrager niet reeds op grond van een budget- / activiteitensubsidie subsidie ontvangt; de instelling wordt geacht van dit budget rond te komen; voor de beoogde activiteit niet reeds een budget/ activiteitensubsidie is aangevraagd. Deze subsidieverlening vindt plaats door een eenmalige subsidievaststelling, tenzij in de subsidiebeschikking uitdrukkelijk anders is bepaald. Een aanvraag voor subsidievaststelling als bedoeld in artikel 13, kan achterwege blijven. Artikel 37 Waarderingssubsidie Een aanvraag voor waarderingssubsidie wordt 16 weken voorafgaand aan de activiteit ingediend. De aanvraag bevat een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve doelstelling die wordt nagestreefd en de te verrichten activiteiten. Tevens wordt een begroting van de te subsidiëren activiteit bijgevoegd. Burgemeester en wethouders beslissen binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag. Een waarderingssubsidie wordt direct vastgesteld. Een aanvraag voor subsidievaststelling als bedoeld in artikel 13, kan achterwege blijven. Een waarderingssubsidie bedraagt maximaal € 2.500,-- Artikel 38 Investeringssubsidie Een aanvraag voor investeringssubsidie komt in overleg met burgemeester en wethouders tot stand. De investeringen worden in het verslag van de subsidie-ontvanger verantwoord. Indien de in de beschikking tot subsidieverlening vastgelegde bestemming wordt gewijzigd, wordt de investeringssubsidie geheel of gedeeltelijk aan de gemeente terugbetaald op basis van de resterende waarde. HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGEN Artikel 39 Ontheffing Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van bij of krachtens deze verordening gestelde verplichtingen van ondergeschikte betekenis. Artikel 40 Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen, mits voldoende gemotiveerd, afwijken van deze verordening voor zover een strikte toepassing er van gelet op het belang van een goede subsidieregeling leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 41 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2006. Artikel 42 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening 2006 Alphen aan den Rijn. Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn van 23 december 2004, nr 2004/151. De griffier,

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel