Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 7

Algemene subsidievoorwaarden

Onderdeel van Algemene subsidieverordening 2006 Alphen aan den Rijn

Om voor een subsidie in aanmerking te komen dient een instelling: rechtspersoonlijkheid te bezitten; met inbegrip van de subsidie over voldoende financiële middelen te beschikken om de gestelde doeleinden te kunnen verwezenlijken; rekening te houden met het gegeven dat subsidie altijd aanvullend is op andere vormen van financiering of inkomsten. Dit houdt in dat subsidie nooit 100% van de uitgaven dekt; overeenkomstig hun doelstellingen actief te functioneren ten behoeve van de Alphense samenleving; niet werkzaam te zijn in het belang van een politieke groepering, een vakorganisatie een onderwijsinstelling, een bedrijf of een kerkgenootschap; geen groeperingen op grond van sociale, godsdienstige, levensbeschouwelijke of politieke redenen van deelname of lidmaatschap uit te sluiten; activiteiten die uitsluitend gericht zijn op het uitdragen van de levensovertuiging zullen niet worden gesubsidieerd. Ondersteuning van activiteiten van, op de gehele bevolking gerichte activiteiten van levensbeschouwelijke organisaties kan dus wel, onder de geldende voorwaarden plaatsvinden; de ruimtelijke voorziening, waar de gesubsidieerde activiteit plaatsvindt, dient veilig, geschikt en toegerust te zijn voor de geplande activiteit, waarbij het streven is toegankelijkheid voor alle potentiele deelnemers (ook voor gehandicapten) te realiseren. Als het gebouw om welke reden dan ook niet toegankelijk is, moet de reden daarvan expliciet worden aangegeven. geen winstoogmerk te hebben; er worden alleen activiteiten gesubsidieerd die direct te koppelen zijn aan het Collegeprogramma en die direct vallen binnen het bestaande beleid; aan te kunnen tonen dat zij minimaal 25 Alphense leden heeft. Hiervan kan worden afgeweken wanneer wordt aangetoond dat de betreffende instelling een groot maatschappelijk belang dient; er worden geen jubilea gesubsidieerd; De hoogte van de algemene reserve van een instelling moet, naar het oordeel van het College, zo laag zijn dat financiering van de activiteiten redelijkerwijs niet mogelijk is zonder gemeentelijke subsidie. Artikel 8 Weigeringsgronden subsidieverlening Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden. De subsidieverlening kan in ieder geval worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat: de activiteiten niet of niet geheel zullen plaats vinden; de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn. De subsidie kan voorts in ieder geval worden geweigerd indien de aanvrager: in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid, of failliet is verklaard of aan hem surcéance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend. Bovendien wordt de subsidieverstrekking in ieder geval geweigerd, indien gegronde redenen bestaan aan te nemen dat: de activiteiten van de aanvragen niet gericht zullen zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente; de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; de aanvrager voor een subsidie ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken; de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de gemeente; mag worden verwacht dat de met subsidiëring beoogde doelstellingen niet zullen worden bereikt. de te subsidiëren activiteit geen hiaat vormt in het reeds bestaande voorzieningenpakket in Alphen. Wanneer de te subsidiëren activiteit overeenkomt met reeds bestaande activiteiten, dient de aanvrager aan te tonen dat voor de activiteit voldoende belangstelling of behoefte bestaat onder inwoners van de gemeente. Artikel 9 Overige verplichtingen De administratie van de instelling moet zo zijn ingericht dat op een eenvoudige wijze een overzicht kan worden verkregen van activiteiten, bezittingen, schulden, het eigen vermogen, de reserveringen/voorzieningen en de resultaten van de instelling. Burgemeester en wethouders kunnen ter zake aan de subsidie voorschriften verbinden. De instelling verleent desgewenst aan burgemeester en wethouders of aan door of namens hen aangewezen personen inzage in de boekhouding en volgt de aanwijzingen op die in het belang van een doelmatig beheer en een goede administratie door of namens burgemeester en wethouders worden gegeven. Van voorgenomen wijzigingen in de statuten of de reglementen doet de instelling mededeling aan burgemeester en wethouders. Ook wijzigingen binnen het bestuur en postadressen worden direct doorgegeven. De instelling doet van voorgenomen opheffing onmiddellijk mededeling aan burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders kunnen aan de subsidie aanvullende voorschriften verbinden die betrekking hebben op de verwezenlijking van de doelstellingen waarvoor de subsidie wordt verleend, danwel betrekking hebben op de wijze van inzetten van middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. Hieronder worden mede begrepen: een verzekering van de instelling tegen wettelijke aansprakelijkheid en van de roerende en onroerende zaken van een instelling tegen brandschade of andere door hen aangegeven risico's; de samenwerking met andere instellingen; het bij voorrang richten van de activiteiten op bepaalde categorieën van de bevolking; de kwaliteit van de ruimtelijke voorziening. Deze moet geschikt en toegerust zijn voor de uitvoering van het werk en waar mogelijk bereikbaar zijn voor in hun beweging beperkte mensen; aanvullende voorwaarden die voortvloeien uit regelingen van rijk of de provincie Voorwaarden ten aanzien van de hoogte van contributies van leden, eigen bijdragen van deelnemers, en tarieven. Artikel 10 Vergoeding vermogensvorming In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet, is de subsidie-ontvanger aan burgemeester en wethouders een vergoeding van de vermogenswaarden verschuldigd. De wijze waarop de hoogte van de vergoeding wordt bepaald, wordt vermeld in de beschikking tot subsidieverlening. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen. Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door een onafhankelijke deskundige.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel