Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 11

Inrichting bouwplaats

Onderdeel van Nadere APV-regels voorwerpen op of aan de weg

1.. Bouwmaterieel en bouwmateriaal benodigd voor het verrichten van werkzaamheden aan het bouwwerk moet zoveel mogelijk eerst op het beschikbare eigen terrein worden geplaatst of opgeslagen. 2.. Bouwmaterieel en bouwmateriaal dat niet in gebruik is voor het uitvoeren van werkzaamheden, moet tenminste tot de volgende afstand buiten de verharding van een rijbaan, fietspad of voetpad worden geplaatst of opgeslagen: rijbaan: 1,50 m fietspad en voetpad: 1,00 m met dien verstande dat het zicht op eventueel aanwezige verkeersborden en andere voor de weggebruiker bedoelde signaalgevers en/of aanduidingen niet wordt belemmerd. 3.. Uitsluitend in het geval dat het eigen terrein niet toereikend is kan de openbare ruimte gedeeltelijk worden gebruikt. 4.. Bouwmaterieel en bouwmateriaal mogen niet op een rijweg of rijweghelft worden geplaatst. 5.. Door het plaatsen van bouwmaterieel en bouwmateriaal op de openbare ruimte mag de toegang tot aangrenzende percelen niet worden ontnomen of belemmerd. 6.. Omwonenden dienen op de hoogte gesteld te worden van de werkzaamheden. Voorts dienen zodanige maatregelen genomen te worden dat het woon- en leefmilieu zo min mogelijk wordt geschaad door de activiteiten. 7.. De in-/uitrit of rijbaan van bouwplaats naar de openbare weg moet voorzien zijn van rijplaten. 8.. Wordt bij het transport of de verwerking van bouwmaterieel en bouwmateriaal de weg of een weggedeelte verontreinigd, dan moet op eerste aanzegging van de politie of een toezichthouder deze verontreiniging worden verwijderd. Wordt hieraan niet voldaan, dan zullen zonder dat een ingebrekestelling is vereist de werkzaamheden op kosten van de verontreiniger door derden worden uitgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel