Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 12

Veiligheid

Onderdeel van Nadere APV-regels voorwerpen op of aan de weg

1.. Indien bestrating is verwijderd en er vinden geen werkzaamheden plaats, dienen rijplaten en/of schotten te worden toegepast ten behoeve van de bereikbaarheid van woningen en bedrijven. Tevens dienen deze maatregelen er voor te zorgen dat voetgangers op een deugdelijke manier gebruik kunnen maken van de openbare weg. 2.. De toegang tot het bouw- en opslagterrein moet met bouwhekken afgesloten worden. Bij het verlaten van het bouw- en opslagterrein moeten zodanige maatregelen worden getroffen, dat het opslag- en bouwterrein niet door andere personen kan worden betreden. Aan de buitenzijde bij het toegangshek moet worden aangeven: de naam, het adres en het telefoonnummer van directie en aannemer; het verbod voor het betreden van het terrein door onbevoegden (art. 461 Wetboek van Strafrecht). 3.. De indeling van het werkterrein, de werkmethode, werkvolgorde en het materieel moet zodanig worden gekozen, dat hinder door stofvorming, verstuiving of geurhinder zo veel mogelijk wordt beperkt. 4.. Als gebruik wordt gemaakt van de openbare weg of een gedeelte hiervan, moeten de nodige borden en/of markeringen worden geplaatst voor de veiligheid van het verkeer. Wordt (met ontheffing van het college) een gedeelte van de weg afgesloten, dan moet worden gezorgd voor duidelijke bebording en pijlen om de afsluiting en omleiding aan te duiden. Tevens moeten er maatregelen worden genomen om te zorgen dat voetgangers op een deugdelijke manier gebruik kunnen maken van de openbare weg, conform het Handboek CROW wegafzettingen 96b. 5.. Bouwhekken die op of tegen de openbare ruimte zijn geplaatst, moeten worden voorzien van lichtmasten of lampen en retro-reflecterende verkeersborden, conform de CROW richtlijn publicatie 130 voor het markeren van onverlichte obstakels. 6.. Het is verboden om buiten de bouwhekken na werktijd, bouwmiddelen of bouwmaterialen te plaatsen. Deze moeten op een zodanige manier worden opgeslagen dat ze geen gevaar of hinder opleveren voor de omgeving. 7.. Zowel vóór (nulmeting) als na uitvoering van werkzaamheden op een perceel zal, in het bijzijn van de eigenaar of grondgebruiker, een technische opneming worden gehouden waarbij wordt vastgesteld of de werkzaamheden zijn uitgevoerd conform de afspraken zoals is vastgesteld in het bestek, recht van opstal of werkbezoeken. Van deze technische opname dient een schriftelijk bezoekrapport te worden overlegd.

Rechtspraak bij dit artikel