4.1Inleiding
Voor de toekomstige onderwijshuisvesting in gemeente Horst aan de Maas is een situatie gecreëerd waarbij op basis van een aantal uitgangspunten een evenwichtig beeld is gecreëerd. Hierbij gaat het om aspecten als:
huidige gebouwkwaliteit;
leerlingenprognoses 2018 - 2033;
strategisch beleidskader;
spreiding onderwijs over de gemeente.
De knelpunten in de huisvestingsstructuur (zie hoofdstuk 3) tonen dat deze binnen enkele dorpen het locatieniveau ontstijgen. We hanteren scenario’s in een clustergerichte aanpak. Scholen hebben invloed op hun directe omgeving. Mutaties hebben invloed op andere locaties binnen de structuur. Door de koppeling met het accommodatiebeleid ontstaan er ook kansen, die relatie hebben met onderwijs. In scenario’s verkennen we oplossingen, om te komen tot de keuze.
4.1.1Tussentijdse maatregelen:
Bij de maatregelen maken we onderscheid tussen tussentijdse maatregelen (zie § 3.3 tussentijdse besluitvorming raad) en nieuwe huisvestingsmaatregelen.
De toelichting en motivatie voor de huisvestingsmaatregel en projectkaders zijn vastgelegd in de bijbehorende raadsbesluiten d.d. 15 maart 2016 en 29 oktober 2019.
De actuele stand van de “tussentijdse projecten” anno 2019 is:
Renovatie Klooster in Meterik voor basisschool Onder de Wieken. Het bouwproject is in augustus 2018 opgeleverd en in gebruik genomen.
Nieuwbouw voor basisscholen KC Stip Tienray en KC Stip Swolgen. De aanbesteding vindt plaats in het 1e kwartaal 2020. De ingebruikname van de nieuwe basisschool staat gepland voor het schooljaar 2021-2022.
4.2Samenvatting capaciteit en behoefte onderwijshuisvesting
De tabel geeft een beeld van de huidige capaciteit en de structurele (toekomstige) ruimtebehoefte.
Uit de tabel kan worden afgeleid dat er sprake is van structurele overcapaciteit.
De volgende locaties maken op termijn geen onderdeel meer uit van de huisvestingsstructuur onderwijs:
Bernadettelaan 12 in Tienray
Jan van Swolgenstraat 44 in Swolgen
Schoolstraat 8 in Horst
Herstraat 71 in Horst
Doolgaardstraat 60 in Horst
Raadhuisplein 1a in Sevenum
Op macroniveau zijn er straks 17 panden (exclusief CITAVERDE College) binnen de huisvestingstructuur (i.p.v. 22 panden in 2017). De huisvestingsstructuur omvat dan circa 43.180 m2 BVO, een afname van circa 12% (resp. 49.300 m2 BVO in de bestaande structuur). We constateren ook dat wanneer één school in een dorp bestaat, het minder eenvoudig is om leegstand terug te brengen. Hier is zaak om kansen vanuit het bredere accommodatiebeleid te benutten.
4.3Maatschappelijke Partners
Bovenstaande huisvestingsstructuur heeft consensus met de schoolbesturen primair en voortgezet onderwijs. Daarnaast is de impact besproken met Kinderopvang ’t Nest. Overige stakeholders worden geïnformeerd volgens afspraak stuurgroep. De verwachting is dat deze partijen vooral behoefte hebben aan duidelijkheid en voldoende mogelijkheden. In de implementatiefase zullen schoolbesturen en gemeente in overleg treden met deze maatschappelijk partners.
4.4Maatregelen Passend Onderwijs
Binnen het BOEI-onderzoek is geïnventariseerd of basisscholen voldoen aan de vereisten voor passend onderwijs (zie ook § 2.4 uit het Strategisch Kader). De volgende knelpunten zijn geïnventariseerd:
De toegankelijkheidsscans signaleren op drie locaties tekortkomingen. Met het onderwijs zijn de volgende afspraken gemaakt:
KC de Wouter: Geen noodzaak op dit moment, voorzieningen worden gerealiseerd bij de eerstvolgende huisvestingsmaatregel;
De Driehoek: Maatregel is afhankelijk van de toekomst van de basisschool;
OBS De Krullevaar: Oplossing wordt meegenomen bij integraal scenario voor Sevenum.
4.5Tijdelijke Huisvesting
Bij de uitvoering van het IHP Onderwijs streven we ernaar om zoveel mogelijk bestaande gebouwen in te zetten als tijdelijke huisvesting. Het uitgangspunt is dat door hergebruik de kosten voor tijdelijke huisvesting (zoals in prefab-units) worden bespaard. Deze middelen komen ten goede aan de kwaliteit van de huisvesting (binnen dit IHP).
Tijdelijke huisvesting is om twee redenen noodzakelijk in het IHP:
De huidige huisvesting heeft geen capaciteit om aan de bestaande behoefte te voldoen. De nieuwe huisvesting is nog niet gereed.
Tijdens renovatiewerkzaamheden is het schoolgebouw niet geschikt om onderwijs in te geven.
De Verordening Onderwijshuisvesting benoemt kaders wanneer besturen aanspraak kunnen maken op tijdelijke huisvesting. De beschikbaarheid van tijdelijke huisvesting bepaalt mede de fasering van het IHP.
In de implementatiefase van het IHP worden project specifiek afspraken gemaakt over tijdelijke huisvesting. Te allen tijde is er sprake van een vergunning- of een meldingsplicht voor brandveilig gebruik. Schoolbesturen vragen deze tijdig aan bij bevoegd gezag.
4.6Vervolgproces
Een besluit over het IHP 2020 – 2035 geeft duidelijkheid over de projectkaders, zoals de ambitie in kwaliteit, benodigde investering, dekking per partij binnen de investering en de planning. Dit geeft een duidelijk spoorboekje voor de komende jaren. Om tot uitvoering van het huisvestingsplan te komen is het noodzakelijk om tussen gemeente en schoolbesturen uitvoeringsafspraken te maken. Als leidraad vindt de uitvoering van grootschalige projecten plaats in twee fasen, te weten:
Implementatie- en initiatieffase
Gemeente en schoolbesturen formaliseren afspraken over bouwheerschap, projectorganisatie, projectaanpak/ planning, risico’s en besluitmomenten. De fase wordt afgesloten met een gezamenlijke vaststelling van het project initiatiefplan.
Ontwerp- en realisatiefase
Uitwerking van de bouwheer van het project binnen de afgesproken projectkaders.
De uitvoeringsafspraken kennen een gezamenlijk kader en een project-specifiek kader. Zo is er binnen het programma ruimte voor maatwerk per project. De in te vullen taak- en rolverdeling tussen gemeente en schoolbesturen passend bij de afspraken over bouwheerschap.
4.7Bouwheerschap
Volgens de Wet Primair Onderwijs en de Wet op het Voortgezet Onderwijs zijn schoolbesturen in eerste lijn bouwheer bij het uitvoeren van huisvestingsmaatregelen. Er bestaat ook een mogelijkheid om de gemeente of derde organisaties de rol van bouwheer te laten uitvoeren. Schoolbesturen en gemeente stemmen in de implementatiefase af wie het bouwheerschap van (onderdelen van) het uitvoeringsprogramma op zich neemt. De bouwheer is de organisatie die optreedt als opdrachtgever, dan wel een eventueel door de opdrachtgever voor eigen rekening en risico in te schakelen partij, ten behoeve van de realisatie van het project. In lijn met Artikel 103 uit de Wet Primair Onderwijs zijn schoolbesturen in eerste lijn bouwheer bij de uitvoering van huisvestingsmaatregelen. Indien een schoolbestuur dit bouwheerschap niet wil of kan uitvoeren, dan treedt zij in overleg met de gemeente. Burgemeester en wethouders kunnen overeenkomen dat de gemeente de huisvestingsmaatregel tot stand brengt.
Afspraken over bouwheerschap zijn project specifieke afspraken over voorwaarden, aanbesteding, projectrisico’s en wederzijdse verantwoording (inhoudelijk en/ of financieel).
Hoofdstuk
Artikel 4.