Naar hoofdinhoud
Er zijn twee vormen van participatie: project- of procesparticipatie (het betrekken van belanghebbenden in het proces) en financiële participatie De initiatiefnemer dient een stakeholdersanalyse uit te voeren. Initiatiefnemers dienen een gedegen participatieparagraaf als onderdeel van de planvorming te overleggen. Waarin wordt aangegeven via welke wegen belanghebbenden worden geïnformeerd en hoe het tijdspad er uitziet. De omgeving en stakeholders dienen tijdig (vooraan in het proces) en actief door de initiatiefnemer (samen met de gemeente) via een goede omgevingsdialoog betrokken te worden bij het project We streven naar 50% lokaal coöperatief eigendom (financiële participatie). Hier is een belangrijke rol weggelegd voor de energiecoöperatie. Participatie is een veelgebruikt begrip met diverse definities. Hier maken we onderscheid tussen projectparticipatie (financieel) en procesparticipatie (het betrekken van belanghebbenden in het proces). Procesparticipatie gaat over de wijze waarop inwoners en belanghebbenden zijn betrokken bij en geïnformeerd over de realisatie van een (energie)project. En financiële participatie anderzijds zegt iets over de wijze waarop inwoners en stakeholders daadwerkelijk meeprofiteren of zelf door middel van geld of tijd investeren in energieprojecten. Project- of procesparticipatie Wij vinden het belangrijk dat inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden meedenken over hoe we meer duurzame energie kunnen opwekken en dat burgers zelf initiatieven ontplooien. Projecten waarin inwoners betrokken zijn hebben een grotere kans op succes en verlopen positiever dan bij projecten waarbij geen lokale betrokkenheid is. Ook vanuit het Klimaatakkoord wordt aangegeven dat bij niet-gebouwgebonden zon- en wind projecten vanaf 15kW participatie bij ruimtelijke inpassing en exploitatie noodzakelijk is. Het is afhankelijk van project, formaat van project en fase waarin het project zit, welke mate van participatie nodig en haalbaar is. Er moet een goede balans zijn tussen de tijd nemen voor een zorgvuldig en goed participatietraject vs. genoeg snelheid om binnen de gewenste tijdlijnen tot realisatie en het behalen van de gestelde doelen te komen. Goede participatie is ook een kans om kennis over te dragen over nut, noodzaak en kansen en mogelijkheden voor henzelf. Financiële participatie Financiële participatie is in deze een kans om inwoners te laten zien hoe ze kunnen meeprofiteren van ontwikkelingen of zelf initiatieven kunnen ontplooien door zelf te investeren in middelen of tijd. 6.1 Uitgangspunten van participatie Horst aan de Maas hanteert een aantal uitgangspunten bij participatie (middelgrote en grote initiatieven): Project- of procesparticipatie: Communicatie: de initiatiefnemer is primair verantwoordelijk voor de communicatie over het initiatief, in samenspraak met de gemeente. De gemeente blijft daarbij verantwoordelijk voor de communicatie over de energietransitie en de te volgen ruimtelijke procedure. (Proces)participatie omgeving: initiatiefnemers hebben de verplichting om de directe omgeving door de omgevingsdialoog te betrekken bij hun initiatief en betrekken dit bij het participatieplan. Financiële participatie: Financiële participatie: financiële participatie vergroot het draagvlak bij omwonenden. Daarnaast zorgt dit voor betrokkenheid bij de energietransitie-opgave. In het participatieplan moet een initiatiefnemer dan ook aangeven hoe hij zoekt naar een redelijke (financiële) compensatie. Dit kan bijvoorbeeld door financiële participatie mogelijk te maken en daarnaast door lokaal te investeren in de ruimtelijke kwaliteit via bijvoorbeeld een gebiedsfonds. Lokaal ondernemerschap: primair (echter niet exclusief) bieden we ruimte aan initiatieven door en voor de inwoners van Horst aan de Maas. Hoe deze proces- en financiële participatie vorm krijgt, wordt door de initiatiefnemer beschreven in een participatieplan. In dit plan moet in ieder geval aan bod komen: In welke mate (en hoe) worden omwonenden en andere belanghebbenden (omgeving) betrokken bij de ontwikkeling van het zonnepark; Welke middelen worden ingezet voor het informeren en betrekken van de omgeving; Hoe worden uitkomsten van het proces vastgelegd; Welke mogelijkheden worden geboden voor financiële participatie. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de opstelling van het participatieplan. De gemeente faciliteert, denkt mee en bewaakt. 6.2Stakeholders Gebaseerd op fysieke afstand rondom het project erkennen wij drie invloedsgebieden rondom een potentiële locatie (Figuur 12): de omwonenden, het acceptatie- en participatiegebied. Samen worden ze gezien als de ‘omgeving’ van een zon- of windproject. Hierbij geldt dat hoe dichterbij het project, hoe intensiever de participatie moet plaatsvinden. Doormiddel van een stakeholdersanalyse of issue-analyse wordt in beeld gebracht welke partijen in welk invloedgebied vallen. Deze analyse wordt gemaakt door de ontwikkelaar van het project, in afstemming met de gemeente. De analyse hangt sterkt samen met sociale samenhang van de omgeving. In ieder geval valt het grondgebied van het project, inclusief de belendende percelen, onder de omwonenden. Per project wordt het invloedgebied in samenwerking met betrokkenen gedefinieerd. De inwoners binnen de eerste cirkel hebben vanzelfsprekend een grotere betrokkenheid en zeggenschap (gemak en last) dan die in 2 en vervolgens 3. De mate van planparticipatie zal per project verschillen en wordt per project gedefinieerd. 6.3Financiële participatie Er zijn verschillende manier om financiële participatie tot stand te laten komen. Hierbij gaat het niet alleen om financieel voordelen, maar ook om eigenaarschap/zeggenschap. Financiële participatie Deelnemers profiteren mee als mede-eigenaar van een wind- of zonneproject op diverse manieren. Dat kan zijn via een stichting, vereniging of energie-coöperatie, maar ook meer risicodragend in de vorm van obligaties aandelen, een (achtergestelde) lening of certificaten. Rendementen hangen af van de vorm van deelnamen. OP deze manier worden de lokale belangen goed vertegenwoordigd, komen mensen samen en ontstaat een sterkere gemeenschap. We gaan er van uit dat, welke manier ook wordt gekozen, er op deze manier het uitgangspunt van het Klimaatakkoord om te streven naar minimaal 50% lokaal eigendom van productie van duurzame energie wordt behaald. Omgevingsfonds Het project draagt bij deze vorm een vast deel van de omzet af aan een (gemeentelijk) omgevingsfonds, eventueel aangevuld met een variabel deel. Deze afdracht komt vervolgens ten goede aan maatschappelijke doelen in de (directe) omgeving. Het grote voordeel van deze optie is dat mensen die niet zelf kunnen of willen investeren, indirect toch meeprofiteren van de opbrengsten van het project. Bij deze vorm worden afspraken gemaakt over het bedrag, bijvoorbeeld eenmalig of jaarlijks, al dan niet afhankelijk van de resultaten van het project (bijvoorbeeld een bijdrage afhankelijk van het aantal opgewekte kWh). Het omgevingsfonds geldt als aanjager van andere doelen (duurzaamheid, verduurzaming woningen, landbouw of natuur- en landschapsverbetering. Omwonendenregeling Bij deze vorm van participatie ontvangen directe omwonenden een vergoeding. Dit kan een vergoeding in natura zijn, bijvoorbeeld verduurzamingsmaatregelen voor de woning of korting op stroom, of een directe financiële vergoeding, al dan niet afhankelijk van het aantal opgewekte kWh. Hoe dichter een woning bij het project ligt, hoe hoger een vergoeding kan zijn. Een andere omwonendenregeling is een zogenaamd stilstand regime om slagschaduw van windturbines te voorkomen. Op basis van de stand en de intensiteit van de zon en de positie ten opzichte van de molen wordt per woning een slagschaduw analyse gemaakt. Op het moment dat er meer slagschaduw optreedt dan wettelijk is toegestaan, wordt de molen stilgezet. Naast deze vier vormen van opbrengstparticipatie is socialisering van de grondvergoeding een belangrijk onderdeel bij elk zon- of windproject. Socialisatie van de grondvergoeding houdt in dat de totale grondevergoeding wordt verdeeld over alle eigenaren in het projectgebied. Dit om te voorkomen dat enkel de grondeigenaren op wiens grond het windpark wordt gerealiseerd profiteren van de opbrengst. Uiteraard is de vergoeding voor de grondeigenaren wiens grond daadwerkelijke wordt gebruikt hoger, maar het verschil is niet 0 en 100%. Alle eigenaren in het projectgebied profiteren hierdoor mee. Planschade Projectparticipatie treedt niet in de plaats van planschade. Het recht op planschade is bij wet geregeld en dient vooraf in beeld te worden gebracht. Het risico op planschade maakt onderdeel uit van de economische haalbaarheid en uitvoerbaarheid van een plan. Wel kan het zijn dat een omwonendenregeling een deel van de planschade kan wegnemen, bijvoorbeeld doordat de kwaliteit en daarmee de waarde van de woning toeneemt. 6.4Lokaal (energiecoöperatief) eigendom en maximaal lokaal terugvloeien revenuen Wij willen stimuleren dat ook projecten die niet door lokale partijen worden gerealiseerd lokale voordelen kennen. Wij vinden het met name belangrijk dat er draagvlak ontstaat, een zuiver proces wordt doorlopen met een gelijkwaardige samenwerking en dat opbrengsten in de omgeving worden gehouden, waarbij iedereen kan meedoen. Lokaal eigendom We zijn van mening dat bovenstaande doel het beste bereikt kan worden door te streven naar 50% lokaal coöperatief eigendom in energieprojecten in Horst aan de Maas te realiseren. Om initiatiefnemers te stimuleren om lokaal coöperatief eigendom mogelijk te maken, zal dit onderdeel uitmaken van de scoringscriteria voor projecten. Hierbij geldt dat hoe hoger het percentage lokaal coöperatief eigendom dat wordt mogelijk gemaakt binnen een initiatief, hoe hoger de score op dat onderdeel. Lokaal coöperatief eigendom wordt door de gemeente gedefinieerd als een energiecoöperatie van inwoners die voldoet aan de internationale principes voor energiecoöperaties. Belangrijk daarbij is dat eenieder lid kan worden van de coöperatie. Een coöperatie van een beperkt aantal inwoners of ondernemers wordt niet gezien als lokaal coöperatief eigendom. De energiecoöperatie kan verschillende vormen van financiële participatie (zie hierboven combineren) bieden. Zo kan een eerste inschrijvingsronde voor participanten worden gelimiteerd tot een maximum-participatiebedrag en/of tot inwoners die binnen een beperkte afstand van het project wonen. Zo wordt voorkomen dat enkele kapitaalkrachtige inwoners te groot ‘instappen’ in een project en anderen het nakijken hebben. 6.5Energiecoöperatie als partner In Horst aan de Maas hebben we een energiecoöperatie: Reindonk Energie. Reindonk Energie zet zich in voor een duurzame energievoorziening in Horst aan de Maas. Alle inwoners van Horst aan de Maas kunnen deelnemen in Reindonk Energie. Een energiecoöperatie is een democratische samenwerking van burgers, op basis van de Europese principes voor energiecoöperaties zoals gedefinieerd door RESCoop5  https://www.rescoop.eu/the-rescoop-model. De Gemeente Horst aan de Maas wil samen met Reindonk Energie communiceren over duurzame elektriciteitsopwek en participatie mogelijk maken. We sluiten de oprichting van en samenwerking met nieuwe energiecoöperaties formeel niet uit, mits deze voldoen aan de Europese principes voor energiecoöperaties. Een belangrijk uitgangspunt binnen deze principes is het vermijden van concurrentie tussen energiecoöperaties. Naast een energiecoöperatie, staat de Gemeente Horst aan de Maas open voor lokale initiatieven voor besparingsopgaven en kleinschalige energieopwekking. Financiële participatie Reindonk Energie heeft de ambitie om coöperatief energieprojecten (mede) te ontwikkelen. Door Reindonk Energie te ondersteunen in deze ambitie, faciliteren we als gemeente lokaal coöperatief eigendom. Daarnaast kan Reindonk Energie financiële participatie stimuleren, door namens inwoners aandelen te kopen of mede-eigenaar van projecten te worden. We zullen als gemeente geen structurele subsidie verstrekken aan Reindonk Energie. Wel kunnen we als gemeente op verschillende andere manieren faciliterend optreden om onze inwoners in staat te stellen via de energiecoöperatie mee te profiteren van de ontwikkeling van duurzame energieprojecten. Dit faciliteren we als gemeente door lokaal coöperatief eigendom als belangrijk criterium op te nemen bij de beoordeling van middelgrote zonneweides en grootschalige energieopwekking. 6.6Rollen van de gemeente We kunnen vier rollen nemen als gemeente: faciliterend, stimulerend, samenwerkend en (gedeeltelijk) eigenaarschap; Bij kleinschalige initiatieven (spoor 1) nemen we een stimulerende rol; Bij de ontwikkeling van middelgrote zonneweides (spoor 2) nemen we een faciliterende rol; Bij de ontwikkeling van grootschalige energieprojecten (spoor 3) nemen we een samenwerkende of (gedeeltelijke) eigenaarsrol. Er zijn veel rollen die een gemeente aan kan nemen. We willen ervoor zorgen dat we de goede rol nemen die ertoe leidt dat er projecten worden ontwikkeld die bijdragen aan onze opgave, iets opbrengen voor onze inwoners en passen in ons landschap. In 2019 hebben we een onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijke rollen die de gemeente kan aannemen. Het college heeft de gemeenteraad geïnformeerd over de rollen die we als gemeente willen nemen. De rol die we als gemeenten kunnen en mogen nemen, is sterk afhankelijk van het soort project, de initiatiefnemer en de rol die we als gemeente willen pakken. Kijkend naar de ambities, kaders en randvoorwaarden kunnen we vier mogelijke rollen benoemen, waarbij de gemeente in toenemende mate regie heeft: Faciliterend (toetsen en begeleiden van marktinitiatieven); Stimulerend (ondersteunen van initiatieven d.m.v. advisering, subsidies, garanties, leningen); Samenwerkend (samen met marktpartijen en initiatiefnemers projecten oppakken); Eigenaarschap (een project volledig voor eigen rekening, risico en rendement in eigen beheer oppakken). De rol van de gemeente is afhankelijk van de ambitie, het soort project, de positie van de marktpartijen en de mate van flankerend beleid. Voor het leggen van zonnepanelen op daken is met name een faciliterende en stimulerende rol nodig (vergunningverlening en subsidies), terwijl voor een warmtenet of een windpark met een belangrijke rol voor lokaal eigenaarschap een samenwerkende rol of eigenaarschap voor de hand ligt. Voor iedere rol geldt een andere mate van betrokkenheid, risico, sturingsmogelijkheden en inbreng van kennis en middelen. Per opgave kiezen we de juiste instrumenten en de daarbij passende rol. Het college hanteert de volgende uitgangspunten bij haar rolbepaling: Een stimulerende rol bij kleinschalige (particuliere) initiatieven voor duurzame elektriciteitsopwek. Een faciliterende rol bij middelgrote projecten zoals commerciële zonneweides tot circa 15 ha. Een samenwerkende en zelfstandige (eigenaars)rol bij grootschalige initiatieven zoals windparken, grootschalige zonneweides (>15 ha), een combinatie van beide in de vorm van een energielandschap of opgaves die samenhangen met de warmtetransitie zoals warmtenetten en grootschalige warmtebronnen.

Rechtspraak bij dit artikel