Naar hoofdinhoud
Het landschap is uitgangspunt; Ecologisch en cultuurhistorisch waardenvolle gebieden moeten voor dat doel behouden blijven, deze gebieden zijn uitgesloten voor middelgrote zonneweides en grootschalige energieontwikkeling; Ontwikkelingen zijn slechts mogelijk in de landschapstypen met een beperkte ecologische en cultuurhistorische waarde, met een open of gemengd karakter. Onze gemeente is de grootste gemeente van Limburg en kent een groot en divers buitengebied. Hoewel deze grote hoeveelheid aan ruimte veel kansen biedt voor de ontwikkeling van duurzame elektriciteit, moet er oog zijn voor de bijzondere landschappen in Horst aan de Maas. Diverse typen landschappen geven diverse (on)mogelijkheden. Om die reden wordt het landschap als uitgangspunt genomen voor het ruimtelijk kader. 5.1Typen landschap en voorkeuren/kansen We onderscheiden in onze gemeente negen landschapstypen. Door goed te kijken naar de verschillende kenmerken van een landschap kunnen we afpellen welke landschappen meer of minder geschikt zijn voor zonneweides. Welke landschappen bieden de meeste mogelijkheden en welke kunnen we bij voorbaat uitsluiten. De negen landschapstypen betreffen: hoogvenen, veen ontginningen, peelbossen, kampen, velden, beekdalen, heide ontginningen, bos- en mozaïek landschappen en rivierdalen. Ons uitgangspunt is dat ecologisch en cultuurhistorisch waardevolle landschappen voor dat doel behouden moeten blijven. Op basis van de kenmerken van de landschapstypen en de (on)mogelijkheden voor de ontwikkeling van zonneweides en worden potentiegebieden aangewezen. Overigens stellen we al dat in hoogvenen, peelbossen, beekdalen en rivierdalen ontwikkelingen niet of beperkt mogelijk zijn. In onderstaande tabel worden de belangrijkste kenmerken van de landschappen weergegeven, op basis waarvan keuzes worden gemaakt. In bijlage 3 staat de uitgebreide versie van deze tabel. Landschapstype Mate van geschiktheid Toelichting Hoogveen - Natura 2000-gebied Veen ontginning + Grootschalig open gebied en Landbouw extensiveringsgebied Peelbossen - Besloten bosgebieden en Ecologisch waardevol Kampen +/- Open karakter met groene begrenzingen en mix van functies (wonen, bedrijven, glastuinbouw) Velden +/- Open agrarisch landschap en mix van functies (wonen, bedrijven, glastuinbouw) Beekdal - Hoge landschappelijke en cultuurhistorische waarde Heideontginning + Halfopen landbouwgebied, volle grond tuinbouw, glastuinbouw, sier- en boomteelt Bos- en mozaïek landschap +/- Besloten bosgebied Rivierdal - Kleinschalig landschap, cultuurhistorisch en ecologisch waardevol Tabel 4 Landschapstypen en hun kenmerken 5.2Potentiegebieden Op basis van bovengenoemde bestaande uitgangspunten zijn er gebieden te benoemen waar in potentie ruimte is voor zonneweides en windturbines. Zonneweides Het gaat hier met name om gebieden voor grotere initiatieven. Voor kleine initiatieven (tot 0,5 hectare) is er, onder voorwaarden, ruimte voor ontwikkeling buiten de potentiegebieden. Dit onderscheid is gebaseerd op de kleinschaligheid en aanpasbaarheid van deze initiatieven. Het uitgangspunt is dat ontwikkelingen moeten passen binnen maat en schaal van het landschap. Kijkend naar de landschappen kan een onderverdeling worden gemaakt van mogelijke ontwikkelingen. De benoemde kleuren komen overeen met het onderstaande figuur 6. De veenontginning gebieden (blauw) zijn het meest kansrijk voor middelgrote en grote zonneweides, vanwege de open en rationele verkaveling. Daarnaast is dit landschapstype vrij open van bebouwing/bewoning. De heideontginningsgebieden (oranje) bieden ruimte voor middelgrote zonneweides, mits goed ingepast en afgestemd op de huidige functies in het gebied. In de velden en de kampen landschappen (geel) is het in eerste aanzet niet gewenst om zonneweides te realiseren. Tenzij de landschapskarakteristiek al zodanig is aangetast dat deze “in het veld” al niet meer waarneembaar dan wel beleefbaar is, of niet meer hersteld kan worden. De maat en schaal moet passend zijn in landschap met versterking van de landschapskwaliteit; In de peelbossen en het bos- en mozaïek landschap zijn grote zonneweides niet passend. Kleine en middelgrote zonneweides worden hier niet op voorhand uitgesloten, maar moeten passen binnen maat en schaal van de omgeving; Het hoogveengebied, de beekdalen en het rivierdal bieden geen ruimte voor zonneweides omdat deze aangewezen zijn als natuurgebied, cultuurhistorisch en/of ecologisch waardevol zijn. Windturbines Ook bij het zoeken naar mogelijkheden voor windturbines wordt gekeken naar regelgeving, bestaand beleid, wettelijke bepalingen en karakteristieken van landschappen. Wanneer we deze factoren meenemen en op onze plattegrond projecteren, blijven er enkele potentiegebieden over. In de komende alinea’s beschrijven we van groot tot klein schaalniveau de factoren die de potentiegebieden definiëren. Op landelijk niveau zijn wettelijke beperkingen en hinderafstanden voor windturbines opgesteld. Op basis van deze landelijke normen hanteren we een voorkeursafstand van 300-400 meter tot individuele bebouwing en 1.000 meter tot dorpskernen. Het ministerie van Defensie beheert acht radarstations in Nederland. Om deze radarstations naar behoren te laten functioneren, hanteert Defensieradarverstoringsgebieden. Het radarverstoringsgebied van het radarstation Volkel heeft ook invloed op het buitengebied van Horst aan de Maas. Het ministerie van Defensie hanteert verschillende zones rondom haar radarstations, twee zones hebben verschillende effecten op de mogelijkheden om windturbines te realiseren in Horst aan de Maas. In de noordwestelijke hoek van de gemeente mogen geen (nieuwe) windturbines met een hoogte groter dan 91 meter ten opzichte van NAP4 Nieuw Amsterdams Peil gerealiseerd worden zonder verklaring van geen bezwaar van het ministerie van Defensie. Deze verklaring wordt enkel afgegeven wanneer er 90% radardetectie kan worden gegarandeerd. Daarom achten wij het gebied in de radardetectiezone (grijs weergegeven op de kaart) niet kansrijk voor de ontwikkeling van windturbines. In het Provinciaal Omgevingsplan (POL) 2014 is nagenoeg heel Noord-Limburg als voorkeursgebied voor windturbines aangewezen. Voor Horst aan de Maas is het hele buitengebied als potentiegebied aangewezen met uitzondering van de Natura2000 gebieden (zoals de Mariapeel) en het Maasdal. Op basis van de nationale en provinciale beperkingen, blijft het buitengebied als geschikt gebied over. Het buitengebied is primair bedoeld voor agrarische functies, groen en recreatie. Planologisch beperkende factoren voor de realisatie van windturbines zijn de nabijheid van woonkernen of lintbebouwing, gebieden met een hoge landschappelijke of cultuurhistorische waarde, wens voor behoud van openheid van een specifiek gebied of het niet kunnen voldoen aan landelijke richtlijnen voor het inrichten van een windpark. Op basis van deze beperkende factoren zijn geschikte en ongeschikte gebieden voor windturbines aan te wijzen. Het hoogveengebied, de beekdalen en het rivierdal zijn niet geschikt voor de ontwikkeling van windturbines, gezien de ecologische en cultuurhistorische waarde van deze gebieden. Er lopen twee hoogspanningsleidingen door Horst aan de Maas, de hoogspanningsleiding Maasbracht-Dodewaard (380 Kv spanning) en Venray-Horst (150 Kv spanning). De nabijheid van een hoogspanningsleiding is gunstig voor de ontwikkeling van windturbines, omdat dit aansluiting op het net gemakkelijker maakt. Het gebied nabij de Peelbergen heeft een belangrijke toeristische-recreatieve functie in Horst aan de Maas. De ontwikkeling van windturbines kan op gespannen voet staan met het recreatieve karakter van dit gebied, maar er zijn ook koppelkansen tussen windturbines en de toeristische-recreatieve sector te bedenken zoals de ontwikkelingen in de Gemeente Bergen. Daarom wordt het gebied nabij de Peelbergen niet op voorhand uitgesloten voor windturbines. In Figuur 11 wordt een overzicht gegeven van de potentiegebieden voor windenergie. De groene vlekken zijn de gebieden waar ruimte is om windturbines te plaatsen. Op deze kaart is in beeld gebracht waar, op basis van de eerder genoemde uitsluitingscriteria, in beginsel windturbines geplaatst zouden kunnen worden. De volgende potentiële gebieden komen in beeld: Zone Peelbergen (ca 6 turbines) Zone tussen America, Sevenum, Kronenberg (ca 3 turbines) Zone Noordoost-Greenport (ca 5 turbines) Zone A73-Maaslijn (ca 10 - 12 turbines) De windsnelheid (op 100 m hoogte) is in al deze gebieden nagenoeg gelijk. Dit biedt geen aanknopingspunt om tot een prioritering te komen. Het heeft de voorkeur om ruimte te vinden voor één project waarin de benodigde windturbines in een geclusterde opstelling geconcentreerd kunnen worden. Dit komt overeen met de wensen van onze inwoners. Om die reden valt de zone tussen America, Sevenum en Kronenberg af. De zone Noordoost-Greenport is niet haalbaar omdat dit reeds is volgebouwd of gereserveerd ihkv Greenport. Ook bevindt zich daar Windpark Venlo. Het gebied de Peelbergen is het meest geschikt voor zonne-energie en iets minder voor wind vanwege het nabijgelegen natuurgebied. Het is daarom het meest voor de hand liggend om het gebied tussen de A73 en de Maaslijn te verkennen voor de realisatie van windturbines, al dan niet in combinatie met zonne-energie. Het gebied tussen de A73 en de Maaslijn kenmerkt zich momenteel als divers, vaak functioneel verkaveld landbouwgebied met een combinatie van akkerbouw, glastuinbouw, boom- en sierteelt en intensieve en grondgebonden veehouderij. Het is de verwachting dat het gebied deze gemengde functie zal blijven behouden. Die gemengde functie leent zich goed voor een combinatie met windenergie, doordat een windturbine relatief weinig grondgebruik vereist. Ook zijn er gebieden te vinden waar voldoende afstand is tot individuele woningen en dorpen om te zoeken naar geschikte locaties voor windenergie. Dan valt te denken aan het gebied Hoogheide langs de Maaslijn en rondom het ontwikkelgebied intensieve veehouderij Witveld langs de A73. 5.3Koppelkansen Het doel van een energieproject moet meervoudig zijn. Meervoudig betekent meerdere (gemeentelijke) doelen (uit het duurzaamheidsprogramma) dienen, dit zijn de koppelkansen; De initiatiefnemer dient in het projectplan aan te geven welke koppelkansen er zijn en hoe men daar invulling aan gaat geven. Eerder hebben we al aangegeven meervoudig ruimtegebruik te stimuleren (in bebouwde omgeving en op reststroken bijvoorbeeld). Een stap verder gaan koppelkansen. Een energieproject moet meerdere doelen uit in ieder geval het Duurzaamheidsprogramma #Wijgaangroen dienen. We noemen dit koppelkansen. In het projectplan dient te worden aangegeven welke koppelkansen de ontwikkelaar ziet en aan welke invulling worden gegeven. Hierbij geldt dat de vier hoofddoelen (klimaatneutraliteit, klimaatadaptatie, circulaire economie en biodiversiteit) als hoofdkansen worden gezien, naar eigen inzicht mogen hier andere koppelkansen aan toegevoegd worden. Bij de beoordeling van dit onderdeel zal de kwaliteit van de uitgewerkte koppelkans belangrijker zijn dan de kwantiteit. Zon De opwek van lokale, duurzame elektriciteit heeft impact op het landschap, biodiversiteit en de bodem. Ook zijn er combinaties mogelijk met andere functies zoals extensieve beweiding, extensieve teelt en ruimte voor klimaatopgaven (verdroging en vernatting). Het implementeren van koppelkansen bij de ontwikkeling van zonneweides, draagt bij aan kwalitatief betere zonneweides. Door koppelkansen te integreren in het ontwerp van zonneweides, kunnen zonneweides een bijdrage leveren aan meerdere uitdagingen in een gebied. Bij koppelkansen met zonneweides kan gedacht worden aan koppelingen met biodiversiteit, bodemgesteldheid, (pluim)veeteelt, tuinbouw en de toeristische sector. Er zijn steeds meer onderzoeken die aantonen dat goed ingepaste en doordachte zonneweides een bijdrage leveren aan natuurontwikkeling, verbetering van de bodemgesteldheid en biodiversiteit (zeker als de functie voorheen intensieve landbouw was). Hoe groot deze invloed is hangt af van de exacte invulling en inrichting van de zonneweide. Indien een perceel volledig met zonnepanelen wordt “afgesloten” van licht, lucht en water (bijvoorbeeld een intensieve oost-west opstelling) is er ook onvoldoende ruimte voor extensieve teelt of beweiding. Er worden steeds meer succesvolle proeven gedaan met het telen van gewassen onder, of in combinatie met zonnepanelen. De grond onder zonneweides kan ook ingezet worden voor het oplossen van verdrogings- en vernattingsopgaven. De ontwikkeling van zonneweides kan gecombineerd worden met klimaatadaptatie, hierbij kan gedacht worden aan het gebruiken van gronden met zonneweides als overstromingsgebieden. De ontwikkeling van zonneweides kan bijdragen aan de versterking van de biodiversiteit, door de zonneweides te ontwikkelen als een vrijplaats of broedgebied voor plant- en diersoorten. Zonneweides kunnen ook zo worden ingepast dat ze bestaande landschapselementen versterken. Hierbij worden de lijnen en elementen uit het landschap gevolgd, zoals verkaveling, rivierlopen of infrastructuur. Een interessante koppelkans in Horst aan de Maas is de combinatie van gewassen en zonnepanelen. Op dit moment loopt er een pilot bij een blauwe bessenkweker. Als uit huidige proeven blijkt dat zonnepanelen boven zacht fruit en andere gewassen rendabel is, biedt dit goede kansen. Het is van belang om deze ontwikkelingen te volgen én in te blijven zetten op ‘gewone’ zonneweides. Daarnaast hebben zonneweides een waarde vermeerderend effect op de grondwaarde en leveren ze direct rendement op voor de grondeigenaar. We weten dat de agrarische sector een transitie naar een meer duurzame, circulaire en natuur inclusieve sector wil maken. Het rendement van energieprojecten kan ingezet worden om die transitie in de landbouw verder handen en voeten te geven. De realisatie van een zonneweide kan een vereveningsinstrument zijn voor een stoppende agrariër voor de sanering van opstallen, de afname van geuroverlast op de omgeving en de beperking van stikstofdepositie op gevoelige gebieden. Daarmee neemt ook direct de hinder op de omgeving van deze bedrijven af. Wind Windturbines hebben een lager ruimtebeslag dan zonneweides, maar wel een grotere ruimtelijke impact. Door het lage ruimtebeslag kunnen onder en binnen de hindercontouren van windturbines landgebruik zoals diverse vormen van natuur inclusieve en circulaire akkerbouw, tuinbouw en veeteelt worden gerealiseerd. Daarnaast hebben ook windparken een waarde vermeerderend effect op de grondwaarde en leveren ze direct rendement voor de grondeigenaar. Windturbines kunnen net zoals zonneweides, bijdragen aan de transitie van de agrarische sector.

Rechtspraak bij dit artikel