Naar hoofdinhoud
1.. Als door toepassing van artikel 20, derde tot en met zesde lid, na afloop van de aflossingsperiode van tien jaar een deel van de geldlening nog niet is afgelost, is vanaf dat moment maandelijks rente verschuldigd over het nog niet afgeloste deel van de geldlening. 2.. De rente, zoals bedoeld in het eerste lid, is de wettelijke rente, verminderd met 3 procent, maar niet lager dan 1%. 3.. Als de schuldenaar naar het oordeel van het college de rente helemaal of voor een deel kan betalen, maar niet kan aflossen, wordt een betaling eerst tot ten hoogste het bedrag van de verschuldigde maandrente aangemerkt als aflossing, en wordt de rente die daardoor niet wordt betaald, bijgeschreven bij het nog niet afgeloste deel van de geldlening. 4.. Als de schuldenaar naar het oordeel van het college geen rente kan betalen, wordt de verschuldigde rente bijgeschreven bij het nog niet afgeloste deel van de geldlening. 5.. Over een bijgeschreven rentevordering is geen rente verschuldigd. 6.. Als de geldlening op grond van het hierna, in art. 22, bepaalde direct opeisbaar is geworden, is daarover vanaf dat moment de wettelijke rente verschuldigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel