De geldlening vermeerderd met de eventueel verschuldigde rente en kosten, is direct zonder ingebrekestelling opeisbaar als:
de schuldenaar verwijtbaar nalatig is in het voldoen van de in art. 20 vastgestelde aflossing in maandbedragen;
de schuldenaar in verzuim is ten aanzien van enige andere verplichting uit hoofde van de geldlening, de zekerheidstelling ingevolge de Participatiewet en het gemeentelijk beleid krediethypotheek Participatiewet;
de woning wordt verkocht of vererft, dit laatste als gevolg van het overlijden van de schuldenaar;
de woning wordt vervreemd, met een beperkt recht wordt bezwaard of daarop beslag wordt gelegd;
er sprake is van echtscheiding en als de schuldenaar failliet gaat of surseance van betaling aanvraagt;
de bewoning is beëindigd.
Hoofdstuk 3.
Artikel 22.