Als de cliënt niet of in onvoldoende mate de verplichtingen nakomt, zoals bedoeld in artikel 5, kan het college besluiten om de schulddienstverlening te beëindigen.
Voordat tot beëindiging wordt besloten, wordt beoordeeld of cliënt in staat is zijn verplichtingen na te komen en/of de inzet van flankerende hulp kan bijdragen aan het nakomen van de verplichtingen.
Voordat tot beëindiging wordt besloten, wordt de cliënt een redelijke termijn (hersteltermijn van minimaal 10 werkdagen) geboden om alsnog de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken.
Als de cliënt tijdens het schulddienstverleningstraject verhuist naar een andere gemeente en daardoor niet langer tot de doelgroep behoort, handelt het college als volgt:
in principe wordt het traject overgedragen aan de gemeente waar de inwoner naartoe verhuist;
als er een akkoord is op een minnelijk traject en het naar het oordeel van het college, in afstemming met het college van de nieuwe gemeente, uit praktisch oogpunt wenselijk is, kan de minnelijke schuldbemiddelingsregeling in behandeling blijven bij het college.
Artikel 6.