Naar hoofdinhoud
1.. Belangstellenden kunnen zich tot de commissievoorzitter richten met het verzoek om in de Statencommissie te mogen spreken over onderwerpen die behoren tot het terrein van de betrokken commissie. Dit verzoek wordt uiterlijk twee werkdagen voorafgaand aan de vergadering bij de commissiegriffier ingediend. 2.. Verzoeken met betrekking tot punten die niet op de agenda staan, maar wel op het terrein van de commissie liggen, worden ten minste een week voor de vergadering ingediend bij de commissiegriffier. Het betreffende punt wordt dan aan de agenda toegevoegd. De voorzitter kan besluiten het punt niet in de eerstvolgende vergadering aan de orde te stellen, als dat vanuit het oogpunt van een adequate voorbereiding beter is. Hiervan is in ieder geval sprake als het betreffende punt reeds voor een volgende vergadering is geagendeerd. 3.. Insprekers kunnen niet het woord voeren over: benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; over een besluit waartegen bezwaar of beroep bij de rechter openstaat of heeft opengestaan; onderwerpen waarvoor de commissie een hoorzitting heeft gehouden of zal houden. 4.. De maximale tijd voor het inspreken in de Statencommissie is dertig minuten. De commissievoorzitter kan in bijzondere gevallen een langere duur toestaan. 5.. De totale spreektijd wordt verdeeld over de insprekers die zich hebben gemeld voor een commissievergadering met dien verstande dat een inspreker maximaal vijf minuten totale spreektijd per vergadering krijgt. 6.. De voorzitter bepaalt het moment waarop kan worden ingesproken. De Statencommissie kan besluiten het inspreekmoment te verplaatsen naar een andere datum.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel