**1..** Insprekers als bedoeld in artikel 72 worden door de commissievoorzitter in de gelegenheid gesteld om hun zienswijzen mondeling toe te lichten. De commissie wordt daarna in de gelegenheid gesteld om eventuele vragen te stellen aan de inspreker. Daarbij gaan de Statenleden niet in discussie met de inspreker.
**2..** De commissievoorzitter vraagt na de afsluiting van de eerste termijn of de inspreker gebruik wenst te maken van de mogelijkheid te reageren op de beraadslagingen van de commissie over het onderwerp in eerste termijn.
**3..** Indien de inspreker dit wenst, stelt de commissievoorzitter hem in de gelegenheid om van deze mogelijkheid gebruik te maken. Hiervoor krijgt de inspreker maximaal één minuut spreektijd.
**4..** De Statencommissie neemt de nadere zienswijze van de inspreker voor kennisgeving aan zonder verdere mogelijkheid tot het stellen van vragen aan of tot gedachtewisseling met de inspreker.
Hoofdstuk 9 › Paragraaf 9.3.1
Artikel 73