7.1Aansprakelijkheid
Ongeacht de vergunningverlening door de gemeente en/of goedkeuring door andere bevoegde instanties, is de vergunninghouder jegens de gemeente en/of derden aansprakelijk voor schade als gevolg van de uitvoering van het werk.
De gemeente is niet aansprakelijk voor schade die leidingexploitant en/of grondroerder of derden lijden, ingeval leidingen van verschillende bedrijven door afwijking van de door haar gegeven aanwijzingen en richtlijnen in lengterichting boven elkaar of te dicht bij elkaar zijn of worden gelegd en dit is te wijten aan het feit dat bij het leggen is afgeweken van de door of namens gemeente gegeven aanwijzingen en richtlijnen.
De leidingexploitant, of zijn gemachtigde grondroerder, is aansprakelijk conform het aansprakelijkheidsrecht, tegen aanspraken van derden wegens schade, die het gevolg is van het (ver)leggen, verwijderen, repareren e.d. van leidingen in opdracht van de leidingexploitant.
De leidingexploitant is aansprakelijk voor alle schade aan gemeentelijke eigendommen die het gevolg is van het (ver)leggen, verwijderen repareren e.d. van leidingen mits hij volgens het aansprakelijkheidsrecht hiervoor aangesproken kan worden. Bij gecombineerde leidingaanleg zijn de deelhebbende bedrijven hoofdelijk aansprakelijk jegens de gemeente.
Het bepaalde in het bovenstaande geldt evenzeer indien het (ver)leggen c.q. verwijderen van kabels en leidingen wordt uitgevoerd in opdracht van c.q. op verzoek van de gemeente.
Leidingen die zijn gelegd in afwijking van aanwijzingen, richtlijnen e.d. van de gemeente dienen op eerste aanzegging door de gemeente door en voor rekening van de betreffende vergunninghouder te worden verlegd naar de door de gemeente aan te geven plaats c.q. hoogte.
7.2Schade
Vergunninghouder zal de redelijkerwijs mogelijke maatregelen nemen om te voorkomen dat de gemeente dan wel derden ten gevolge van het werk schade lijdt/lijden.
Schade aan gemeentelijke of andere eigendommen dient te worden vermeden. Mochten toch beschadigingen optreden dan dient vergunninghouder deze direct te melden aan de toezichthouder van de gemeente en aan de beheerder van het beschadigde eigendom. Hierna geeft vergunninghouder zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen 24 uur nadat hem daarvan is gebleken, schriftelijk kennis aan de gemeente.
Het herstel van de schade vindt plaats in overleg en voor rekening van de veroorzaker mits hij hiervoor aansprakelijk is. Uitgangspunt bij het herstel van de (voorziene) schade als gevolg van de werkzaamheden is dat de vergunninghouder de situatie in oorspronkelijke staat herstelt. Daarop zijn ook de vergunningsvoorwaarden en deze uitvoeringsvoorschriften gericht.
Omdat bij straatwerk al op voorhand bekend is dat er, ook bij goed herstel van de verharding, toch sprake is van een kwaliteitsachteruitgang is de vergunninghouder aan de gemeente een vergoeding verschuldigd. De gemeente brengt de (degeneratie-) kosten in rekening bij de leidingexploitant. Voor de verrekening van deze vergoeding wordt het dan geldende rekenmodel van de VNG gebruikt.
Echter, niet alle schades die de gemeente als gevolg van leidingwerkzaamheden lijdt kunnen door de vastgestelde schadetarieven worden gedekt. Dit is het geval bij:
Schade bij groenwerkzaamheden;
Schade die ontstaat buiten de sleuf;
"Verborgen gebreken".
Schade aan groenwerkzaamheden is aan de orde in de volgende situaties:
Werkzaamheden waarbij de overlevingskans van de aanwezige beplanting gering is en dus moet worden vervangen;
Werkzaamheden waarbij dicht in de buurt van bomen moet worden gewerkt;
Aantasting (ecologische) kwaliteit groeiplaats;
In deze gevallen zullen al vóór het verstrekken van de vergunning specifieke afspraken worden vastgelegd. Afhankelijk van de omvang van het werk kan in de vergunningsvoorwaarden "het 1e jaarsonderhoud groen" en "inboet beplanting na het 1e groeiseizoen" worden voorgeschreven. De schade aan bomen wordt vastgesteld op basis van de Richtlijnen NVTB (Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen), meest recente versie of de methode Raad.
In geval van schade of vervanging aan/van groenvoorzieningen zal de gemeente voor herstel cq vervanging zorg dragen. De kosten hiervan worden doorbelast aan de vergunninghouder.
Voor schaderegeling zie ook bijlage 7 “Schaderegeling ingravingen Kabels & Leidingen”
7.3Verzekeringen
Vergunninghouder dient een Construction All Risk verzekering af te sluiten, welke dekking biedt voor een bedrag van minimaal € 5.000.000,00 tegen:
Beschadiging, verlies of vernietiging van het werk, waaronder de voor het werk bestemde materialen;
Het risico van aansprakelijkheid voor schade aan goederen van derden, en de daaruit voortvloeiende gevolgschade, alsmede voor dood en/ of lichamelijk letsel van personen, veroorzaakt door de uitvoering van het werk.
De dekking van de bouwverzekering loopt minstens vanaf de dag dat dit werk op het werkterrein een aanvang neemt tot het eind van de onderhoudsperiode.
De gemeente hanteert bij herstel van sleuven in asfaltverharding een standaard onderhoudstermijn voor bestratingen van 6 maanden en voor groenvoorzieningen 12 maanden na schriftelijke acceptatie van het werk door de gemeente.
Onverminderd het in voorgaande artikelen van deze paragraaf bepaalde zullen vergunninghouder en haar mede- en onderaannemers voor eigen rekening zorg moeten dragen voor de verzekeringen tegen schade als gevolg van Wettelijke Aansprakelijkheid welke voortvloeit uit het gebruik van aannemersmateriaal bij de uitvoering van het werk.
Objecten waarvoor een verzekeringsplicht krachtens de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorvoertuigen (WAM) geldt, dienen overeenkomstig de voorschriften van de WAM, alsmede tegen het werkrisico verzekerd te zijn. Alleen door de in de vorige zin bedoelde verzekering gedekte motorrijtuigen mogen voor het werk worden gebruikt.
7.4Veiligheid
Alle werkzaamheden moeten worden uitgevoerd met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving ten aanzien van veiligheid en arbeidsomstandigheden. De op dit gebied van kracht zijnde voorschriften moeten op het werk beschikbaar zijn.
Het personeel dat bij de werkzaamheden is betrokken moet zijn geïnstrueerd met betrekking tot de op de bouwplaats geldende wetten en regels ten aanzien van veiligheid en arbeidsomstandigheden. Leidinggevend personeel van de uitvoerende partij en de vergunninghouder moeten erop toezien dat de van toepassing zijnde voorschriften worden nageleefd.
Voor de aanvang van grootschalige en/of risicovolle werkzaamheden kan de gemeente een Veiligheids- en Gezondheidsplan (V&G plan) verlangen. Deze dient door de vergunninghouder te worden opgesteld en aan de toezichthouder van de gemeente te worden overhandigd en/of gemaild. In dit plan moet minimaal het volgende zijn opgenomen:
De van kracht zijnde veiligheidsvoorschriften;
Milieuvoorschriften;
De wijze waarop de instructie en voorlichting van het personeel wordt geregeld;
De wijze waarop het toezicht is geregeld;
De wijze waarop verontreiniging van het milieu wordt voorkomen en/of beheerst;
Een risico-inventarisatie en- evaluatie met betrekking tot de uit te voeren werkzaamheden;
De wijze waarop de afhandeling van calamiteiten en ongevallen wordt geregeld.
Het personeel dat bij de werkzaamheden is betrokken moet zijn geïnstrueerd met betrekking tot de op de bouwplaats geldende V&G plan. Leidinggevend personeel van de uitvoerende partij en de vergunninghouder moeten erop toezien dat het gestelde in het plan stipt wordt nageleefd.
De toezichthouder van de gemeente controleert vanuit de publieke taakstelling van de gemeente of het werk veilig wordt uitgevoerd en is bevoegd om, bij onveilige situaties, correctieve maatregelen af te dwingen.
Bijlagen
Artikel 7