6.1Algemene uitgangspunten
Krachtens algemene wetgeving en de Leidingenverordening en Telecomverordening is een leidingexploitant verplicht zorg te dragen voor een goede staat van onderhoud van de leiding. De leidingexploitant is verantwoordelijk voor een duurzame economische bedrijfsvoering van de leiding met zorg voor mens en milieu (fysieke omgeving en eigendommen). Voor de uitvoering daarvan moet een preventiebeleid worden gevoerd in de vorm van een Risicomanagement Systeem (RMS) of onderhoudsplan/beheersysteem.
Bij de uitvoering en het beheer van leidingen met toebehoren moet, naarmate de vereiste veiligheid toeneemt, ook de controle en inspectie toenemen om ervoor te zorgen dat de vereiste veiligheid is verzekerd en blijft gewaarborgd.
Volgens de Leidingenverordening en Telecomverordening kan een leidingexploitant worden verplicht periodiek de onderhouds- en inspectieplannen van zijn leiding te presenteren.
6.1.1Risicomanagment
Meer specifiek verwijzen we naar de volgende normen:
Verwijzing naar / vergelijkbaar met:
Gasleidingen
NEN 7244-1, hoofdstuk 13
Waterleidingen
richtlijn Vewin (gebaseerd op NEN-EN 805:2000), hoofdstuk 14 en bijlage B
warmwatervoorzieningen in Groep II
analoog aan: warmwatervoorzieningen in Groep I.
Rioolleidingen
Vergelijkbaar met: systeem in NEN 3650 of
de eerdergenoemde richtlijn van de Vewin.
6.2Bedrijfsbeëindiging
6.2.1Uitgangspunten
In principe moet een (permanent) buitengebruik gestelde leiding altijd worden verwijderd.
Voor het verwijderen van leidingen is het gestelde in de Leidingenverordening en Telecomverordening van toepassing, wat betekent dat er tevens een vergunning voor het verwijderen van de leiding moet worden aangevraagd.
6.2.2 Uitzonderingen
Er kunnen zich echter situaties voordoen waarbij het verwijderen niet direct wenselijk is, zoals:
Het buiten gebruik stellen van een leiding(deel) terwijl er geen andere activiteiten in de ondergrond of aan het oppervlak plaatsvinden.
Het ontstaan van een risicovolle situatie aan objecten in de directe omgeving van de leiding.
Als het dermate hoge kosten met zich meebrengt dat het niet maatschappelijk verantwoordelijk is ter beoordeling van de vergunningverlener.
Na toestemming van de vergunningverlener kan de leiding(deel) dan tijdelijk worden gehandhaafd. Hiervoor gelden dan de volgende extra eisen:
Leidingen die voor langere tijd buiten bedrijf worden gesteld, moeten worden ontkoppeld, geleegd, afgedicht en vol gezet op basis van cement, schuim of dämmeren.
Uit leidingen die permanent buiten dienst worden gesteld, moeten slurry, schraapsel, afvalstoffen en achtergebleven stof worden verwijderd en op passende wijze worden afgevoerd.
De leiding moet op aanwijzing van de gemeente alsnog worden verwijderd als de gelegenheid zich voordoet, bijvoorbeeld in combinatie met wegonderhoud of aanleg van nieuwe leidingen in of direct naast het tracé en op verzoek van de vergunningverlener.
De verlaten leiding moet door de leidingexploitant worden geregistreerd als zijnde weesleiding.
Artikel 6