Dagbesteding, ook wel Begeleiding Groep genoemd, kenmerkt zich als volgt:
Programmatisch (met een vast dag- en/of weekprogramma);
Methodisch (een methode voor werken met de doelgroep als basis) met een welomschreven doel;
Vraagt actieve betrokkenheid van de belanghebbende;
Gericht op het structureren van de dag, oefenen met vaardigheden, die de zelfredzaamheid bevorderen;
Voorliggend op individuele begeleiding als hetzelfde doel beoogd wordt.
Het is nadrukkelijk anders dan welzijnsactiviteiten, ook al bevatten welzijnsactiviteiten wel elementen die in groepsbegeleiding voorkomen. Voor veel cliënten zal deelname aan welzijnsactiviteiten voldoende zijn om structuur te bieden aan de dag en medemensen te ontmoeten. Voor cliënten met cognitieve beperkingen, ernstige fysieke beperkingen of gedragsproblemen geldt dat dergelijke structurering specifiek nodig is gericht op het verbeteren of behouden van capaciteiten en/of reguleren van gedragsproblemen. Dan is groepsbegeleiding nodig. Er wordt voor maximaal 6 dagdelen dagbesteding toegekend. Indien er meer dagdelen noodzakelijk zijn, valt het hoogstwaarschijnlijk niet meer onder de Wmo, maar onder de Wlz. Er volgt dan een onderzoek bij het Centrum indicatiestelling Zorg (CIZ).
3.3.1 Gebruikelijke hulp
Er is sprake van gebruikelijke hulp als de ondersteuning door een partner, inwonend volwassen kind en/of andere volwassen huisgenoten kan worden geboden.
3.3.2 Voorliggende voorzieningen
Behandeling
We onderzoeken eerst of er mogelijkheden van behandeling zijn. Voor de beantwoording van deze vraag schakelen wij de medisch adviseur (onafhankelijk arts) in. De stelregel hierbij is dat als verbetering van functioneren of handelen (vaardigheden) nog mogelijk is, eerst behandeling wordt ingezet. Behandeling is gericht op het verbeteren van de aandoening / stoornis / beperking, het aanleren van nieuwe vaardigheden of gedrag of nadere functionele diagnostiek.
Begeleiding kan wel worden ingezet om de tijdens behandeling geleerde vaardigheden te oefenen of in te slijten. Soms kan begeleiding en behandeling ook tegelijkertijd worden ingezet; dan neemt de begeleiding de taak tijdelijk over, totdat deze tijdens behandeling is aangeleerd. Uiteraard dient er hierover een goede afstemming tussen behandelaar en begeleider plaats te vinden.
(Wettelijk) voorliggende voorziening
We onderzoeken eerst of een beroep kan worden gedaan op bijvoorbeeld
arbeidsvoorzieningen. Op grond van ziektewet, WIA, Wajong en WSW en per 1 januari 2015 de Participatiewet zijn er mogelijkheden voor aangepast werk. Het uitgangspunt is dat als aangepast werk of speciaal onderwijs op grond van genoemde regelingen niet mogelijk is dat dan begeleiding groep (dagbesteding) kan worden overwogen. De Wet langdurige zorg (Wlz) en de zorgverzekeringswet zijn voorliggend op de Wmo. Indien de cliënt voldoet aan de criteria van de Wlz/zorgverzekeringswet dan wordt er geen maatwerkvoorziening vanuit de Wmo toegekend. Ook als de cliënt eerst een voorziening heeft gekregen vanuit de Wmo en zijn of haar situatie verslechtert, dan moet er een Wlz indicatie aangevraagd worden.
3.3.3 Omvang
Dagbesteding wordt vastgesteld in dagdelen. Een dagdeel staat gelijk aan 4 aaneengesloten uren. Het aantal dagdelen dat wordt geïndiceerd is afhankelijk van:
de noodzaak: Hoeveel structuur, activering, toezicht etc. is nodig? Wat biedt het eigen netwerk of de voorliggende voorzieningen, hoe belast is de mantelzorg etc.;
de mogelijkheden van de belanghebbende: Hoeveel kan de belanghebbende fysiek en mentaal aan?;
het doel voor deze specifieke belanghebbende: bijvoorbeeld als het doel een zinvolle dagbesteding ter vervanging van arbeid is, dan worden maximaal 6 dagdelen geïndiceerd, vergelijkbaar met een werkweek. Hierbij wordt onderzocht of het nog wel onder de Wmo valt vanwege de grote structuurbehoefte;
de mogelijkheden van de specifieke dagbestedingsgroep: Bij het werken in groepen is groepsdynamiek essentieel. Hiermee dient rekening gehouden te worden om de voorziening effectief te laten zijn. Aangezien gemeente de toegang tot een maatwerkvoorziening bepaalt en de hulp effectueert zal ook dit element bij de beoordeling moeten worden betrokken.
3.3.4 Vervoer
Bij een maatwerkvoorziening in de vorm van Dagbesteding onderzoeken wij altijd of de cliënt in staat is om de locatie van de dagbesteding te bereiken. Kan cliënt dit zelfstandig of onder begeleiding van mantelzorg of vrijwilliger met bijvoorbeeld het openbaar vervoer (eventueel na oefenen onder begeleiding) of met de fiets of een ander vervoermiddel zelfstandig? Wanneer dit niet mogelijk is indiceren wij vervoer van en naar de dagbesteding. Afhankelijk van de aanbieder van de dagbesteding is mogelijk ook het vervoer naar de dagbesteding contractueel vastgelegd.
3.3.5 Persoonlijke verzorging
Soms moet iemand geholpen worden met naar het toilet gaan. Deze vorm van persoonlijke verzorging tijdens de dagbesteding, is onderdeel van het pakket wat is ingekocht.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3