**1..** Behoudens een ontheffing van het college is het verboden in de openbare wateren:
met enig vaartuig langer dan drie achtereenvolgende dagen of gedeelten daarvan op dezelfde plaats ligplaats te hebben;
met een vaartuig binnen vijf dagen nadat het is verplaatst op dezelfde plaats opnieuw een ligplaats in te nemen;
langer dan drie achtereenvolgende uren ligplaats in te nemen met een vaartuig aan de aanlegplaats aan de aanlegplaats bij het Biesboschmuseum te Werkendam;
langer dan 12 uur ligplaats te nemen aan een aanlegplaats met een elektrisch oplaadpunt;
met een vaartuig, langer dan 20 meter, binnen een afstand van 100 meter ligplaats in te nemen aan een voor de recreatie ingericht gedeelte van de oever, stranden en aanlegvoorzieningen, waarbij de afstand gemeten wordt vanaf de kant van het schip dat het dichtst bij het voor de recreatie ingerichte deel van de oever of de aanlegvoorziening ligt.
als eigenaar of rechthebbende van een water of oevers toe te laten dat op dat water of aan die oever in strijd met de bepalingen in deze verordening ligplaats wordt ingenomen met een vaartuig.
**2..** Een vaartuig wordt geacht gedurende drie achtereenvolgende dagen op dezelfde plaats ligplaats te hebben ingenomen, indien dat vaartuig op die ligplaats of binnen een afstand van 500 meter hemelsbreed daarvandaan, wordt aangetroffen op enig tijdstip van de eerste van de drie dagen en op enig tijdstip van de derde van die drie dagen.
**3..** Het college kan gebieden aanwijzen waar het niet is toegestaan om ligplaats in te nemen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 5