1. 1. Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel vastgesteld op:
    • - 10 % van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
    • - 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
    • - 50% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie;
    • - 100 % van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de vierde categorie.
  2. 2. De beoordeling van recidive, zoals gesteld in het vorige lid, vindt bij echtparen voor de partners afzonderlijk plaats.