Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.

Artikel 13

Intrekken van de vergunning

Onderdeel van Monumentenverordening

1. De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 9, tweede lid, niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen; niet binnen 2 jaar, ingaande de dag na de verzenddatum van de vergunning, daarvangebruik wordt gemaakt. 2. De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de monumentencommissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel