1 Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van:
a de weigering van het bevoegd gezageen vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument te verlenen als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van deze verordening;
b voorschriften door het bevoegd gezagverbonden aan een vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument;
schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent de gemeenteraad hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe tot een hoogte van maximaal de bijdrage bepaald in de gemeentelijke regeling terzake van financiële bijdragen uit de gemeentelijke kas t.b.v. onderhoud aan gemeentelijke monumenten.
2 Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de verordening ter
regeling van de procedure bij toepassing van Hoofdstuk 6 van de Wet ruimtelijke
ordening van overeenkomstige toepassing.