Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5.

Artikel 14.

Inkomensgrens tegemoetkoming vervoerskosten en bruikleenauto

Onderdeel van Financieel Besluit WMO voorzieningen 2008

. De inkomensgrens waarboven een auto, met een auto vergelijkbare voorzieningen en de daarmee samenhangende gebruiks- en/of onderhoudskosten en de forfaitaire vervoerskostenvergoeding niet voor verstrekking of vergoeding in aanmerking komen, zoals genoemd in artikel 27 van de Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning wordt aangegeven in onderstaand schema. Voor alleenstaanden € 15.095,-- Voor (echt)paren € 21.290,-- Voor alleenstaanden in een instelling € 4.625,-- Voor (echt)paren in een instelling € 7.195,-- Het bedrag dat per maand verstrekt wordt voor gebruik van een (eigen) auto bedraagt € 35,--. (125 kilometer per maand x € 0,28 per kilometer.) Het bedrag dat per maand verstrekt wordt voor gebruik van een taxi bedraagt € 140,-- forfaitair of het bedrag dat per maand verstrekt wordt voor gebruik van een taxi bedraagt € 280,-- op declaratiebasis. Het bedrag dat per maand verstrekt wordt voor gebruik van een rolstoeltaxi bedraagt € 210,-- forfaitair of het bedrag dat per maand verstrekt wordt voor gebruik van een rolstoeltaxi bedraagt € 420,-- op declaratiebasis. Conform de richtlijnen van het openbaar vervoer kan een declaratie slechts ingediend worden voor 5 zones gelijk aan het openbaar vervoer waarbij één zone geldt als instapzone. Concreet betekent dit dat 4 x 4,5 kilometer ( = één zone) = 18 kilometer, maximaal per gereden rit voor vergoeding in aanmerking komt. ( 18 kilometer x € 2,-- = € 36,-- maximale vergoeding per rit)

Rechtspraak bij dit artikel