Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 12.

Pgb algemeen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Renkum 2021

Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. De cliënt deelt het college op diens verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de toekenning van het pgb. Indien een, met een pgb aangeschafte, zaak binnen de periode waarover het pgb is verstrekt, niet langer wordt gebruikt of het recht daarop is komen te vervallen, meldt de cliënt dit direct aan het college. Een pgb dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de cliënt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. Een pgb is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woonvoorzieningen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorzieningen behoren te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. De cliënt kan voor een periode van maximaal 13 weken per kalenderjaar, tijdens verblijf buiten Nederland, voor een pgb in aanmerking komen, indien dit pgb een voortzetting is van een reeds binnen Nederland aangevangen pgb. Wanneer de cliënt tijdens verblijf in het buitenland, zorgverleners betrekt die niet onder de Nederlandse belastingwetgeving vallen, dan wordt het pgb voor de hele periode waarin deze inwoner in het buitenland verblijft verlaagd op grond van het voor dat land geldende aanvaardbaarheidspercentage van het Zorginstituut Nederland. Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van het bepaalde in dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel