De hoogte van het pgb voor een roerende zaak wordt vastgesteld op:
maximaal 80% van het tarief van de door het college gecontracteerde leverancier van de betreffende maatwerkvoorziening in natura of
het bedrag geoffreerd in de goedkoopste adequate offerte, van de minimaal twee door de cliënt opgevraagde en aan het college verstrekte offertes.
De cliënt onderhoudt gedurende de gebruiksduur de aangeschafte voorziening voldoende en verzekert deze toereikend.
Het college vergoedt de kosten voor onderhoud, reparatie en verzekering van de roerende zaak tot het in het besluit genoemde maximale bedrag na ontvangst van de betreffende declaratie van de cliënt.
Het college vergoedt deze kosten niet wanneer sprake is van verwijtbaar handelen van de cliënt.
Indien de cliënt aantoont dat het pgb in zijn individueel geval onvoldoende is om de aangewezen voorziening te kunnen kopen, kan de hoogte van het pgb zodanig aangepast worden dat de voorziening hiermee bij tenminste één aanbieder kan worden gekocht.
De cliënt komt niet in aanmerking voor een pgb voor het betrekken van hulpmiddelen, woonvoorzieningen of andere maatregelen als deze geleverd of verstrekt worden door een niet-professionele aanbieder.
De cliënt houdt zich aan de verplichtingen die in een bruikleenovereenkomst zijn opgenomen.
De cliënt verstrekt binnen 2 maanden na toekenning een nota of factuur en een betalingsbewijs van de aangeschafte maatwerkvoorziening aan het college.
De cliënt is verplicht om zorgvuldig om te gaan met de verstrekte voorziening.
Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van het bepaalde in dit artikel.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 13.
Pgb roerende zaak
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Renkum 2021