Het pgb voor een woonvoorziening wordt geacht in ieder geval toereikend te zijn, voor zover van toepassing, met de normale afschrijvingstermijn die geldt voor de met het pgb aan te schaffen dan wel in te kopen maatwerkvoorziening. Daaronder worden ook de instandhoudingskosten gerekend. De inwoner dient de nota(‘s) hiervan in bij de gemeente.
Het pgb voor het onderhoud en de service van een voorziening kan na afloop van de afschrijvingstermijn van de voorziening doorlopen indien de voorziening nog adequaat en passend is. De inwoner dient de nota(‘s) hiervan in bij de gemeente.
Indien binnen de afschrijvingstermijn blijkt dat geen recht meer bestaat op de maatwerkvoorziening waarvoor het persoonsgebonden budget is verstrekt, wordt het pgb naar rato teruggevorderd.
Indien het recht op het pgb vervalt dan wordt het pgb toegerekend aan de periode waarover het recht bestond. Wanneer blijkt dat er te veel pgb is verstrekt wordt dit teruggevorderd.
De periode waarvoor een pgb (voor aanschaf en onderhoud) voor een maatwerkvoorziening, of een financiële tegemoetkoming tenminste wordt toegekend, bedraagt voor:
een tillift: zeven jaar;
douche- en toilethulpmiddelen: vijf jaar;
traplift: zeven jaar;
overige voorzieningen: afhankelijk van de technische levensduur van de voorziening.
Indien de inwoner voor afloop van de toegekende periode geen gebruik meer maakt van de voorziening dient de inwoner het verstrekte pgb terug te betalen. De afschrijvingstermijn wordt in gelijke delen verdeeld, dus bij 5 jaar neemt de terugbetaling ieder jaar met 20% af. Het jaarlijks verstrekte bedrag voor service en onderhoud wordt niet terugbetaald door de inwoner.
Indien met het pgb een maatwerkvoorziening tweedehands wordt aangeschaft, dan wordt ten minste de resterende afschrijvingstermijn gehanteerd in plaats van de termijnen genoemd.
Artikel 3.2.1.
Persoonsgebonden budget woonvoorzieningen
Onderdeel van Besluit Sociaal Domein gemeente Aalten 2021