Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.4

Aanvullende criteria maatwerkvoorziening Wmo

Onderdeel van Integrale Verordening Jeugdhulp en Wmo gemeente Houten

1. Aanvullend op het voorgaande artikel, geldt dat de gemeente geen maatwerkvoorziening Wmo wonen toekent, als: a. de maatwerkvoorziening wordt aangevraagd voor een verblijf dat niet bedoeld is voor permanente bewoning, zoals bijvoorbeeld een hotel/pension; trekkerswoonwagen; gehuurde kamer; tweede woning; vakantie- of recreatiewoning; b. de maatwerkvoorziening wordt aangevraagd voor een gemeenschappelijke ruimte, tenzij de voorziening bijdraagt aan de toegankelijkheid van die ruimte; c. de aangevraagde maatwerkvoorziening het uitrustingsniveau van sociale woningbouw overstijgt; d. er sprake is van achterstallig onderhoud en daarmee sprake is van een algemeen gebruikelijke renovatie; e. de noodzaak van de maatwerkvoorziening het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie. Of wanneer er naar oordeel van de gemeente geen andere belangrijke reden voor de verhuizing bestond, of f. de inwoner niet is verhuisd naar een woning die op dat moment het meest geschikt was ten aanzien van de beperkingen van de inwoner, tenzij hiervoor schriftelijke toestemming is gegeven door de gemeente. 2. Bij het beoordelen van een aanvraag voor een maatwerkvoorziening Wmo ‘Wonen’ kan het primaat van verhuizen worden toegepast. 3. Bij het toekennen van een maatwerkvoorziening Wmo ‘Huishouden’ wordt het normenkader van bureau HHM (zie de bijlage van de Beleidsregels) als leidraad gehanteerd. 4. Bij het toekennen van een maatwerkvoorziening Wmo ‘Vervoer’ wordt rekening gehouden met verplaatsingen op basis van ondersteuningsbehoefte, tot maximaal 1.500 kilometer per jaar, in de directe woon- en leefomgeving van de inwoner.

Rechtspraak bij dit artikel