Hoofdregel is dat de debiteur het bedrag ineens moet betalen binnen zes weken nadat het besluit met de vordering is verstuurd naar de debiteur.
De debiteur moet de vordering ineens betalen als hij beschikt of kan beschikken over een vermogen waaruit de vordering ineens kan worden betaald.
De debiteur kan een verzoek doen om een betalingsregeling af te spreken wanneer hij het bedrag niet ineens kan betalen.
bij het vaststellen van een betalingsregeling is het doel dat de vordering binnen 5 jaar wordt afgelost.
Op het moment dat een debiteur een gemeentelijke uitkering ontvangt kan aflossing plaatsvinden door verrekening met de uitkering.
Bij een betaling in termijnen moet de vordering volledig en naar draagkracht worden voldaan.
Bij het niet voldoen aan een betalingsverplichting ondernemen wij de volgende acties:
een (telefonisch) gesprek met de debiteur door een medewerker van de gemeente.
een bezoek aan het adres van de debiteur door een medewerker van de gemeente.
de medewerker onder a en b heeft de bevoegdheid tot het treffen van een betalingsregeling met de debiteur.
Op het moment dat de debiteur een betalingsverplichting niet (meer) nakomt of niet bereid is tot het treffen van een betalingsregeling, dan vorderen wij in door middel van:
verrekening met een betaling van de gemeente, inclusief verrekening op grond van artikel 6:127 BW).
verrekening op grond van artikel 60a Participatiewet en artikel 28, lid 4 IOAW en IOAZ.
een executoriaal beslag overeenkomstig de artikelen 479b tot en met 479g behoudens artikel 479e, tweede lid van het Rv.
beslag volgens het Tweede Boek van het Rv.