Bij een inkomen tot 110 procent van de geldende uitkeringsnorm, is de aflossing 5 procent van de voor hem geldende uitkeringsnorm of inkomensvoorziening per maand.
Bij een inkomen hoger dan 110 procent van de geldende uitkeringsnorm, is de aflossing 5 procent van de voor hem geldende uitkeringsnorm, verhoogd met 50 procent.
Er wordt een lagere beslagvrije voet gehanteerd als:
bij berekening van de beslagvrije voet rekening is gehouden met alle correcties en op basis daarvan een lagere beslagvrije voet geldt.
er naast de verrekening ook beslag is gelegd op de uitkering en de beslaglegger een lagere beslagvrije voet hanteert.